arch/ive/ief (2000 - 2005)

Een politieke reflectie op soevereiniteit
by Abdul-Ilah & Hana Al-Bayaty Thursday, Jun. 23, 2005 at 6:23 AM

Enkel wie zich niet bewust is van de propaganda-instrumenten en -methoden, die de imperialistische machten door de geschiedenis heen gebruikten om volkeren te verdelen en te onderwerpen, kan nog geloof hechten aan de fabel van een oprecht politiek proces in het huidige Irak, bedoeld om een verenigde staat met een permanente grondwet op te bouwen.

Een politieke reflectie op soevereiniteit

Het Iraaks verzet tegen de bezetting vertegenwoordigt het voortbestaan van de Iraakse staat

Al-Ahram weekly
10 juni 2005
Abdul-Ilah & Hana Al-Bayaty


Enkel wie zich niet bewust is van de propaganda-instrumenten en -methoden, die de imperialistische machten door de geschiedenis heen gebruikten om volkeren te verdelen en te onderwerpen, kan nog geloof hechten aan de fabel van een oprecht politiek proces in het huidige Irak, bedoeld om een verenigde staat met een permanente grondwet op te bouwen.

Het is duidelijk dat de bezetting een poging is om drie zwakke en conflictueuze protectoraten te creëren, en op die manier de Irakezen de mogelijkheid te ontnemen om zich van de Amerikaanse militaire, politieke en economische macht te bevrijden. Momenteel is er in Irak helemaal geen politiek proces om een door alle Irakezen en door de hele wereld gerespecteerde Iraakse eenheidsstaat te ontwikkelen aan de gang. De mensen die deelnemen aan wat de Amerikanen een politiek proces noemen, zijn niet in staat om een verenigde Iraakse staat op te bouwen, en dit is ook hun bedoeling niet.

De Koerden willen een staat in een staat creëren om de controle over Kirkoek te krijgen en van daaruit een proces naar onafhankelijkheid te starten. De partij van Eerste Minister Ibrahim Al-Jaafari, de Verenigde Iraakse Alliantie, bouwt in Zuid-Irak aan een religieuze staat, die vergelijkbaar en verbonden is met Iran. Deze groepen hebben een tijdelijke verbond tegen het verzet gesmeed, maar ze werken niet aan een verenigd Irak voor alle Iraakse burgers.

Door te spreken van 'Soennitische' deelname, of de deelname van gelijk welke sectaire groep, aan het politiek proces, vervalt men in een retoriek die gericht is op de implementatie van verdeling en strijd binnen het Iraakse volk. De Soennieten vertegenwoordigen inderdaad een specifiek sociaal stratum met een eigen religieuze identiteit; ze weigeren zich echter te engageren voor een politiek proces, dat hen een afzonderlijke en van de andere Irakezen afgescheiden identiteit opdringt. Deze idee kwam in Irak reeds eerder tot uiting, in de geschiedenis van Arabische nationale bewegingen, inclusief de Baath-partij en linkse bewegingen. Indien de Soennieten een afscheiding op sectaire basis aanvaarden, zullen ze gedwongen zijn toe te stemmen met een verdeling van Irak in sekten en etnische groepen; zulke verdeling is nu net hetgeen waar ze zo heftig tegen strijden.

Vanuit het standpunt van het internationaal recht zijn de preventieve oorlog tegen Irak en de daaruit voortvloeiende bezetting illegaal. In een poging om toekomstige generaties van dergelijke oorlogen te vrijwaren door op zulke misdrijven tegen de vrede te reageren werd de VN in het leven geroepen. De 'preventieve oorlog'-doctrine is onverenigbaar met het internationaal recht, daar dit recht het gebruik van geweld enkel legitimeert in geval van zelfverdediging en in het bijzonder in situaties waarbij een staat blootgesteld wordt aan een gewapende aanval of agressie. Daarom zijn de invasie van Irak zonder de goedkeuring van de Veiligheidsraad en de eruit voortkomende bezetting illegaal.

Ondanks het feit dat de Verenigde Staten het veilig stellen van hun eigen belangen als de absolute definitie van het internationaal recht beschouwen, werden de internationale relaties tussen de onafhankelijke staten sedert 1945 volgens het VN-charter en door de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering geregeld. Geen van deze twee instellingen verklaarde de oorlog aan Irak. Integendeel, de VN resolutie 2649, op 30 november 1970 door de Algemene Vergadering aangenomen, “bevestigt dat de legitimiteit van de volksstrijd onder koloniale en vreemde overheersing erkend wordt als het recht om met alle beschikbare middelen het recht tot zelfbeschikking te herstellen.”

De Iraakse soevereiniteit wordt beschermd door het VN-charter, het Verdrag van Den Haag en de Conventie van Genève. In deze verdragen worden de plichten van de bezettingsmachten vastgelegd, dewelke stellen dat de onder bezetting aangenomen wetten door en voor de bezetting tot stand gekomen zijn en onder geen enkele voorwaarde als permanent beschouwd mogen worden. Verder stellen deze verdragen dat geen enkele staat het recht heeft om te beslissen over de politieke instellingen van een andere staat. Daarom is het ontwerp van een definitieve grondwet voor Irak onder de bezetting onwettelijk en niet te rechtvaardigen.

Hoe kan dus een permanente grondwet geschreven worden terwijl meer dan honderdvijftigduizend Amerikaanse soldaten elke dag militaire operaties ondernemen in Iraakse steden en dorpen, terwijl de gevangenissen vol politieke gevangenen zitten, terwijl het volk onder staat van beleg leeft en niet vrij kan vergaderen, en terwijl de VS de veiligheidsmacht, het leger, de economie, de rechtbanken en alle andere relevante instellingen controleert? Zoals Eman Khammas van Occupation Watch schrijft: “Jullie moeten de buitenwereld op de hoogte brengen van wat de bezetting voor Irak inhoudt. Hoe het land vernietigd werd als een staat, een land, een natie en als een macht. Jullie moeten tenminste spreken over de schendingen van de mensenrechten, die hier dagelijks gepleegd worden. We voelen ons niet meer veilig in onze huizen.” Welke betekenis heeft een grondwet als deze niet overeenstemt met de principes en de mechanismen, waaronder de burgers vreedzaam kunnen samenleven, en niet zonder geweld of intimidatie door iedereen aanvaard wordt? Bezetting is de meest extreme vorm van dictatuur, aangezien het via militaire middelen een wetgeving tracht op te leggen.

Volgens de verkiezingscommissie, voorgezeten door Abdul-Hussein Al-Hindaw, hebben acht van de veertien miljoen stemgerechtigde kiezers hun stem uitgebracht, terwijl zes miljoen de verkiezingen geboycot hebben. Van deze kiezers zijn er twee miljoen Koerden, die hun eigen parlement hebben. Bovendien hebben slechts twintig percent van de vier miljoen Irakezen in ballingschap gestemd. De Iraakse verkiezingen van januari waren bedoeld om een instelling te verkiezen die een grondwet zou ontwerpen. Dus, de helft van de bevolking heeft het recht om een grondwet voor de andere helft op te stellen, en hen op gewelddadige wijze aan te vallen indien ze weigeren de voorwaarden te aanvaarden. Heeft de regering het recht om de helft van de bevolking te onderdrukken, enkel en alleen omdat ze hiertoe gedwongen wordt door de bezettingsmachten? Wanneer slechts de helft van de stemgerechtigde Irakezen aan de verkiezingen heeft deelgenomen, in hoeverre heeft deze nieuwe Iraakse regering dan het recht om een definitieve grondwet voor alle Iraakse burgers tot stand te brengen?

De nieuwe Iraakse regering werd overeenkomstig de door de Amerikaanse civiel bestuurder opgelegde Transitiewet geïnstalleerd en door de onverkozen interimaire regeringsraad geaccepteerd. Deze beide organen waren illegaal. De anti-bezettingsbeweging weigert de bezetting en de daaruit voortspruitende wetten te aanvaarden, evenals Ayatollah Al-Sistani dit deed door de zogenaamde Bremerwet te weigeren en zich ertegen te verzetten. De VN negeerde deze Bremerwet omdat ze de principes van het internationaal recht niet respecteerde, en de Irakezen boycotten de verkiezingen massaal, omdat ze wisten dat deze tot doel hadden de bezetting en de eruit voortkomende wetten te legitimeren.

Zij, die de politiek van de coalitiestaten ondersteunen, citeren geregeld de overgave van Duitsland en Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog als voorbeelden om hun recht een definitieve grondwet voor Irak te ontwerpen te rechtvaardigen. Ze noemen dit staatsconstructie. In Irak heeft nooit iemand zich overgegeven en geen enkele vertegenwoordiger van het oude regime heeft de Amerikanen door overgave of door middel van een verdrag het recht gegeven om de toekomst van Irak te bepalen. Noch het oude regime, noch het Iraakse leger of de Iraakse regering hebben de Bremerwet aanvaard. Integendeel, een beduidend aandeel van het Iraakse leger en de bevolking besloten om zich ertegen te verzetten.

Daarom, en overeenkomstig de beginselen van het internationaal recht, vertegenwoordigen het Iraaks politiek, burgerlijk en militair verzet de continuïteit van de Iraakse staat. De VS voerden deze agressieoorlog niet enkel om het regime van Saddam Hussein te verwijderen, maar ook om de Iraakse staat te vernietigen en af te schaffen, en vervolgens een nieuwe, zwakke Iraakse staat tot stand te brengen. Delen binnen de oorspronkelijke anti-oorlogsbeweging, die zich van bij het begin tegen deze oorlog verzette, legitimeren nu de bezetting in naam van een succesvolle verwijdering van het voormalige onderdrukkende regime. Maar de strijd tegen de politiek van Saddam Hussein betekent niet dat men de afschaffing van de Iraakse staat moet aanvaarden. Net zo min betekent dit dat men de repressieve politieke wetten die door de bezetter tegen de Baathisten opgelegd werden, die meer dan een miljoen mensen viseren, tegen alle waarden van rechtvaardigheid, democratie en mensenrechten verstoten en de anti-bezettingsmachten onderdrukken, moet aanvaarden.

Wanneer nu de VS niet het recht heeft om een onafhankelijke staat te veroveren en een nieuwe staat in de plaats te bouwen, wie vertegenwoordigt dan het Iraakse volk? Is het het verzet, dat met tal van middelen strijdt tegen de bezetter en zijn wetten, dat de voortzetting van de Iraakse staat vertegenwoordigt? Het verzet strijdt om de nationale natuurlijke bronnen te bewaren. Het strijdt tegen de landbouwhervormingen en om de infrastructuur, het onderwijs en de gezondheidszorgen, die onlangs door de bezetting vernietigd werden, te herstellen. Het verzet is de wettelijke vertegenwoordiger van het Iraakse volk en hun onafhankelijkheid tot op het moment dat het Iraakse volk de kans heeft om vrij en onafhankelijk van enige buitenlandse invloed een eigen nieuwe staat tot stand te brengen. De voortzetting van de staat hoeft niet te betekenen dat het oude regime opnieuw geïnstalleerd wordt. Er bestaat een verschil tussen de betekenis van de staat en die van een bepaald regime.

Het volk van Irak heeft behoefte aan een democratische staat die het volk toebehoort, onafhankelijk van enige regionale of internationale hegemonie en haar eigen zaken en belangen op een vreedzame en democratische wijze behartigend, met de mogelijkheid om zelf de volledige soevereiniteit over haar land en bronnen uit te oefenen. Het volk heeft een staat nodig waarin het Charter van de VN en de Verklaring van de Rechten van de Mens deel uitmaken van de grondwet. Dit is enkel mogelijk na een volledige en onvoorwaardelijke terugtrekking van alle vreemde bezettingstroepen van Iraakse bodem.

Abdul-Ilah Al-Bayaty is een Iraaks politiek analist, woonachtig in Frankrijk en Hana Al-Bayaty is lid van het uitvoerend comité van het BRussells Tribunal on Iraq.