arch/ive/ief (2000 - 2005)

5 mei Bevrijdingsdag: Morele dilemma's van het Ned en Iraakse verzet
by Astrid Essed Saturday, May. 07, 2005 at 5:46 AM

De berichtgeving van een belangrijk deel van de Europese en Am media tav het Iraakse verzet vertoont in een aantal opzichten overeenkomsten met de door de Duitse bezetter gecensureerde Nederlandse berichtgeving over het toenmalige Nederlandse verzet

5 mei Bevrijdingsdag
Morele dilemma's van het Nederlandse en Iraakse verzet en de berichtgeving door de media.

Op 4 mei, de dag waarop in Nederland de slachtoffers van de Duitse nazi-bezetting herdacht worden, nam ik kennis van het volgende bericht:

Aanslag Noord-Irak: meer dan 60 doden

BAGDAD, 4 MEI. Bij een zelfmoordaanslag op een rekruteringskantoor van de politie in de Koerdische stad Arbil in het noorden van Irak zijn vanochtend ten minste 60 doden gevallen. Gisteren werden in de hoofdstad Bagdad de leden van de nieuwe Iraakse regering beëdigd, maar ondanks uiterste inspanningen slaagde premier Ibrahim Jaafari er nog steeds niet in kandidaten te vinden voor enkele belangrijke posten, zoals die van Defensie en OIie.

Rebellen in Irak hebben sinds de parlementaire instemming met de nieuwe regering, vorig week donderdag, het aantal (zelfmoord)aanslagen drastisch opgevoerd. De aanslag van vanochtend, waarbij een man met explosieven onder zijn kleding het rekruteringskantoor benaderde en zichzelf opblies, is de bloedigste in ruim twee maanden in Irak. Arbil was ruim een jaar geleden het toneel van een bloedbad, toen bij aanslagen op kantoren van de Koerdische KPP en PUK rond de 70 doden vielen.

Volgens een Amerikaanse legerwoordvoerder deed de explosie in Arbil zich voor toen er een lange rij stond van mannen die een baan wilden als politieagent.

Premier Jafaari zei gisteren tijdens de beëdigingplechtigheid dat zijn regering zich zal inzetten voor nationale eenheid, en het terrorisme zal bestrijden. ,,Ik zeg tegen alle weduwen en wezen (..): Uw opofferingen zijn niet tevergeefs geweest.'' Maar ondanks intensieve onderhandelingen bereikte hij geen akkoord met sunnitische groeperingen over hun vertegenwoordiging in de regering. (AP)

Zoals helaas regelmatig het geval is met zowel de Europese als de Amerikaanse berichtgeving, wordt middels het bovenstaande bericht weergegeven zonder het vermelden van de adeq indruk gewekt, dat hier sprake zou zijn van een terroristische aanslag,


Zoals helaas regelmatig het geval is met zowel de Europese als de Amerikaanse berichtgeving wordt het bovenstaande bericht weergegeven zonder het vermelden van adequate achtergrondinformatie, waardoor mi ten onrechte de indruk gewekt wordt, dat hier sprake is van een geweldsdaad met als doel het saboteren van de ''democratische ontwikkelingen in Irak''
Nog afgezien van het te geven waardeoordeel ten aanzien het plegen van een militaire aanval op een politie-recruteringspost, die geen direct onderdeel uitmaakt van de militaire bezettingsmacht in Irak is deze berichtgeving niet alleen eenzijdig vanwege het ontbreken van een verband tussen oorzaak en gevolg, maar daarenboven is de veelal in de Europese en Amerikaanse pers gedane verwijzing naar ''democratische ontwikkelingen in Irak'' ten enenmale onjuist.

Bezetting:

Hoezeer vanuit humanitair oogpunt ieder verlies van een mensenleven in een oorlog of bezetting ook betreurenswaardig is, denk ik, dat het van belang is, hier niet uit het oog te verliezen, dat er genendele sprake is van ''democratische ontwikkelingen in Irak'', maar van een door de Britten en Amerikanen bezet Irak met een Iraakse regering, die de bestuurlijke uitvoeringskant van deze bezetting belichaamt.

Eveneens verwijzen de Westerse media in verband met Irak op de gehouden ''vrije verkiezingen'', hetgeen echter geen enkel hout snijdt.
Enerzijds is er nog steeds sprake is van een Brits-Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak [in casu een bezetting], hierbij ondersteund door de troepen van een aantal bondgenoot-landen, waardoor de Iraakse verkiezingen bestempeld dienen te worden als verkiezingen onder een bezetter.
Een en ander is vergelijkbaar met in Nederland gehouden ''vrije verkiezingen'' tijdens de Duitse bezetting.
Anderszijds is het feit vermeldenswaardig, dat er middels VN-Veiligheidsraadsresolutie dd mei 2004 [betrefende de machtsoverdracht in Irak dd 30-6] weliswaar een einde is gekomen aan de Brits-Amerikaanse bezetting, maar een en ander in de praktijk slechts een formaliteit is gebleken.
In de eerste plaats hield zoals reeds opgemerkt dit einde van de bezetting niet in een fysieke verwijdering van de Brits-Amerikaanse troepenmacht in Irak, hetgeen de facto betekent een voortzetting van de bezetting.
In de tweede plaats is eveneens vastgelegd, dat de nieuwe Iraakse regering geen vetorecht heeft tav de Brits-Amerikaanse militaire acties, hetgeen in strijd is [net als trouwens de aanwezigheid van buitenlandse troepen] met een werkelijke Iraakse soevereiniteit.

Nadrukkelijk dient bovendien gewezen te worden op zowel het feit, dat deze Brits-Amerikaanse aanval op Irak dd 20-3-2003 in strijd was met het Internationaal Recht, alsmede op de tijdens de oorlog en bezetting van Irak gepleegde mensenrechtenschendingen cq oorlogsmisdaden.

Oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen:

Zowel in de oorlog als in de daarop volgende bezetting hebben de Brits-Amerikaanse troepen zich schuldig gemaakt aan een groot aantal mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, te beginnen met het gebruik tijdens de oorlog van internationaal-verboden wapens, namelijk de clusterbommen, ten gevolge waarvan tijdens de oorlog alleen al meer dan 8000 burgerdoden zijn gevallen en tijdens de oorlog en bezetting minstens 10.000 burgerdoden [ik vermeld nog niet eens het door het Amerikaanse medisch -wetenschappelijke tijdschrijft The Lancet vastgestelde aantal van 100.000 burgerdoden]

Eveneens hebben de Amerikaanse troepen zich tijdens oorlog en bezetting schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen cq oorlogsmisddaden zoals het schieten op ongewapende burgers bij checkpoints, het schieten op ongewapende menigten, het martelen en mishandelen van gevangenen, waarvan Abu Ghraib een van de meest stuitende voorbeelden is, het standrechtelijk executeren van gevangenen en het bombarderen van burgerdoelen [zie Fallujah, in april 2004 meer dan 600 burgerslachtoffers, in november meer dan 8000 burgerslachtoffers].
Daarbij dient al evenmin uit het oog verloren te worden dat er momenteel nog zeker enkele tienduizenden Iraakse gevangenen zonder vorm van aanklacht of proces door de Amerikaanse bezettingsautoriteiten worden vastgehouden, veelal onder zeer slechte omstandigheden.

Eveneens is er sprake van het middels bombardementen vernietigen van belangrijke delen van de Iraakse infrastructuur zoals het bombarderen van water en stroominstallaties, met alle humanitaire gevolgen van dien voor de burgerbevolking.
Zo is er volgens de berekening door zowel Iraakse als Amerikaanse ingenieurs zeker nog 5 jaar nodig voor een volledig herstel van de in de oorlog vernietigde stroominstallaties.

Verzet:

Met name is het van belang hieraan extra aandacht te besteden vanwege de recentelijk gevierde Bevrijdingsdag, 5 mei, waarbij zeker in het kader van de zestigste viering, uitgebreid is stilgestaan bij de bevrijding van Nederland van de Duitse bezetting, met daaraan inherent in de eerste plaats de gruwelijke Jodenvervolging en daarnaast eveneens de talloze mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden ten aanzien van verzetsmensen en individuele Nederlandse burgers, veelal als represailles voor door het verzet gepleegde militaire aanvallen.

Ook in Irak is er sprake van een bezetting.
Zoals reeds in andere commentaren door mij is opgemerkt, is aan iedere bezetting overal ter wereld, of het nu de Israelische, Amerikaanse, Chinese, Russische, Aziatische of Afrikaanse is inherent onderdrukking, vernederingen, willekeur, mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden.
Hiertegen komt vanzelfsprekend verzet, zowel het internationaalrechtelijk gelegitimeerde tegen het leger van een bezettingsmacht als het niet-gelegitimeerde en zeer verwerpelijke
verzet in de vorm van [zelfmoord] aanslagen tegen burgers.
Een en ander is ook het geval betr Irak, waar zich tientallen verzetsbewegingen, al dan niet politiek, politiek-religieus georienteerd, van zowel sjiitisch als soennitisch karakter, keren tegen de Amerikaanse bezetting.

Zoals reeds gezegd is dit verzet tegen de Amerikaanse bezetting internationaalrechtelijk gelegitimeerd, terwijl volgens de 4e Conventie van Geneve ieder militaire aanval op non-combatanten [burgers] verboden is.

De strategieen van de diverse Iraakse verzetsgroepen verschillen echter dienaangaande in strategisch-politieke aanpak:

De ene groep echter richt haar aanvallen uitsluitend tegen de Amerikaanse bezettingsmacht en de ondersteunende buitenlandse troepen, de andere groep betrekt bij de aanslagen tevens politieposten cq politiemensen en een derde groep richt haar aanvallen willekeurig, dus ook tegen burgers, hetgeen ik verwerp.
Uiteraard worden onder burgers niet alleen individuele Amerikaanse en Iraakse burgers gerekend, maar eveneens politieke bestuurders, die immers volgens de 4e Conventie van Geneve ook non-combatanten zijn.

Het is evident, dat de politiek verantwoordelijken voor Amerikaanse oorlogsmisdaden hiervoor berecht dienen te worden, maar dan in de rechtszaal en niet middels een aanslag.
Hetzelfde geldt uiteraard eveneens politiek-medeverantwoordelijken zoals de Iraakse regering en haar bestuurders, die zich trouwens eveneens ook als bestuursgroep, nog afgezien van hun verbinding met de Amerikaanse bezettingsautoriteiten, schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen jegens de eigen bevolking.

Vergelijking met het Nederlandse verzet:
Argumentatie voor het plegen van aanslagen op de politiemacht

A Collaboratie:

Nu is er echter voor een aantal Iraakse verzetsorganisaties het bestaande probleem van de politie, die immers, als zijnde in dienst van de Iraakse regering, eveneens hetzij het bezettingssysteem impliciet in stand houdt door de ordehandhaving onder de status-quo, hetzij in een aantal gevallen indirecte assistentie verleent aan de bezettingstroepen.
Een en ander kan tevens ontaarden in directe collaboratie

Dat dit een algemeen bij verzetsprganisaties voorkomend probleem is probleem is blijkt wel uit de houding van het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog:
Zoals bekend zijn er door het Nederlandse verzet diverse aanslagen gepleegd op politiefunctionarissen van wie directe collaboratie althans volgens hun informatie, was komen vast te staan.

Het probleem voor het verzet was, dat deze politieagenten niet alleen de functionele macht hadden tot het uitvoeren van beheersfuncties zoals het arresteren en oppakken van met name Joodse mensen en mensen uit het verzet, maar eveneens door hun dossiers en informantennetwerk de Duitse bezetter van grote dienst konden zijn en ook vaak waren.

Het dilemma van een verzetsbeweging laat zich dan duidelijk aftekenen:

Enerzijds is het neerschieten van een niet-militair zowel moreel als vanuit het verzetsrecht
[dat toen nog niet officieel internationaalrechtelijk was vastgelegd, maar wel als ''ongeschreven wet'' werd gehanteerd] weliswaar niet acceptabel, maar hiertegen werd door het verzet aangevoerd, dat een politieagent geen gewone burger was, maar iemand, die zeker in een bezettingssituatie uitgerust kon zijn met para-militaire taken en bevoegdheden en bovendien ook als reguliere politieman de macht had, de Duitse bezetter logistiek te assisteren.
Anderszijds is het niet alleen evident, dat iemand niet kan worden neergeschoten voor een nog niet gepleegd strafbaar feit, maar dient een dergelijke berechting slechts in een rechtszaal plaats te vinden.

Het probleem dienaangaande was uiteraard, dat de bezetter, die zijn eigen ''recht'' gemaakt had, deze strafbare daden van desbetreffende volgens hun ''rechtssysteem'' eerder als beloning zouden aanmerken, waardoor er van berechting geen sprake zou zijn.

Hoewel ik mij een dergelijk dilemma kan voorstellen, ben ik van mening, dat het bestaan van een byzondere situatie, zowel in Nederland tijdens de Duitse bezetting als in Irak tijdens de Amerikaanse bezetting [zoals de aanwezigheid van een bezetting, de straffeloosheid voor oorlogsmisdaden en een eventuele collaboratie met een bezettende macht] niet inhoudt, dat de eigen rechtsprincipes hierdoor overboord gezet dienen te worden.

Het is evident dat het ontstane dilemma, zowel voor het Nederlandse als het Iraakse verzet is,
alwaar een grens te trekken.
Naar mijn mening is die grens ''mensenrechtenhandhaving'' is.

Iedere verzetsgroep heeft het recht zich militair te verzetten tegen een bezettingsleger, maar
''gewone'' burgers noch politieagenten kunnen, ook al worden zij van collaboratie
beschuldigd, naar mijn mening doelwit worden van militaire acties.
Niet alleen is hiervoor niet altijd afdoende bewijs, daarenboven kan mi het feit, dat de andere partij zich niet houdt aan de meest elementaire mensenrechten geen excuus voor een verzetsgroep zijn, eveneens die regels te overschrijden.

B Politiemensen als combatanten:

Een ander aangehaald argument voor het plegen van militaire aanvallen op politieposten is in het geval van Irak het feit, dat door sommige verzetsgroepen de politie, vanwege de impliciet-ondersteunende taken tav de bezettende macht [zoals het handhaven van ''orde en rust'' en het eventueel optreden tegen demonstraties, hoewel een en ander veelal wordt verricht door de bezettingstroepen] politiemensen eveneens onder combatanten [de in de 4e Conventie van Geneve gehanteerde definitie voor militairen en strijders] worden gerekend.
Volgens de 4e Conventie van Geneve echter zijn ze geen militairen en strijders, tenzij zij directe militaire of para-militaire assistentie verlenen aan de bezettingstroepen zoals het gezamenlijk neerslaan van een opstand
In dat geval zijn zij combatanten en mogen zij ook als zodanig bestreden worden.

C Impliciete instandhouding van de bezetting:

Betreffende de politiemensen gaat het Iraakse verzet [althans delen daarvan] van het standpunt uit, dat zij de bezetting in stand houden en dat is deels natuurlijk ook zo.
Het dilemma is in dezen evident, maar wat mij met name verontrust is het willekeurig plegen van aanslagen zonder aanziens des persoons, zoals op rekruteringscentra en politiemensen, die zich niet lang niet altijd inlaten met openlijke collaboratie.

Eveneens denk ik, dat het dienaangaande van belang is, niet uit het oog te verliezen, dat de Iraakse politie, afgezien van deze het bezettingssysteem impliciet ondersteunende functie, eveneens de taak heeft tot het beschermen van de burger en het bevorderen van de dagelijkse veiligheid.

Aan de andere kant zet ik mijn vraagtekens bij het naleven van de mensenrechten door de Iraakse politie, hetgeen helaas eveneens aan ernstige kritiek onderhevig is.

Hoe echter over bovenstaande dilemma's de meningvorming ook mag zijn, de reguliere Amerikaanse en Westerse berichtgeving maakt zich door het bewust negeren van de fundamentele oorzaak van de diversiteit aan militaire acties van de verschillende Iraakse verzetsgroepen, namelijk de Amerikaanse bezetting, schuldig aan ernstige informatievervalsing.
Een en ander is in een aantal opzichten vergelijkbaar met de door de Duitse media-propaganda verspreide berichtgeving tav ''Nederlandse terroristen'', die een aanslag pleegden op een echte of vermeende collaborateur bij de politie zonder vermelding van de nazi-bezetting.

Het zou van groot belang zijn, wanneer de Amerikaanse en West-Europese media hiervan goede nota nemen.

Astrid Essed
Amsterdam