arch/ive/ief (2000 - 2005)

"Een ziekenhuis is soms een beetje een carwash"
by christophe callewaert Thursday, Feb. 24, 2005 at 4:52 PM
christophe@indymedia.be

BRUSSEL -- Het ziekenhuis Sint-Jan in Brussel draait sinds vanmorgen 6 uur op zondagsdienst. Een reactie van enkele stakende personeelsleden.

Els, nachtverpleegkundige
Meer personeel is welkom. Maar meer loon ook. We verdienen 10 % minder dan in de privé-sector en in de non-profit moet je ook niet rekenen op extra's als een auto of een gsm van het bedrijf. De premies voor nacht- en weekenddienst liggen ook een stuk lager.
's Nachts sta ik meestal alleen voor 30 patiënten. Sommige verpleegkundigen worden aangeduid als coördinator. Zij moeten dan 's nachts nakijken of er overal een minimumbezetting is, maar voor die verantwoordelijkheid krijgen ze niks extra.
Meestal is er geen vervanger te vinden en dus komen we werken zelfs als we koorts hebben of misselijk zijn. Persoonlijk kan ik het wel combineren met een gezinsleven. Doordat ik overdag thuis ben, hoef ik geen naschoolse opvang te regelen. Maar koppels waarvan beide partners in de non-profit werken hebben het moeilijk. Eén van hen is wel verplicht om 's nachts te werken anders is het gewoon niet te organiseren.
De druk overdag neemt alsmaar toe en meer en meer taken worden doorgeschoven naar de nachtdienst zodat ook wij alsmaar meer werk hebben. De jongeren krijgen al meteen vanaf het begin veel verantwoordelijkheid. Vroeger mochten ze drie maanden meelopen met een oudere collega. Nu staan ze er na 14 dagen al alleen voor.
Overdag hebben de verpleegkundigen bijna geen tijd voor de patiënten. 's Avonds snakken ze dan naar aandacht. Sommigen bellen dan veelvuldig en plots komt hun frustratie er dan uit. 'De patiënten zijn lastig,' wordt dan gezegd. Maar eigenlijk komt dat omdat er voor hen te weinig tijd is.
Wat nu? We staken tot het bittere einde. Als ze voor andere dingen geld vinden, dan ook voor de witte sector. Nood breekt wet. Wat nu op tafel ligt is absoluut onvoldoende. Daarmee kunnen we elke morgen een pistolet kopen. Maar dan zonder beleg.”

Georges, delegee van de arbeiders
“De ziekenhuizen krijgen een globale som per bed en dus wordt er zo veel mogelijk bespaard op technisch personeel. Arbeiders in de non-profit kunnen nooit promotie maken. Ze krijgen de laagste barema's. Bij het niet-verplegend personeel heb je drie categorieën: het administratief personeel, de technici en de arbeiders. Onder die laatste categorie vind je het keukenpersoneel, het onderhoudpersoneel en de technische ploeg met loodgieters en electriciens. Die ploeg telde vroeger 24 personeelsleden. Nu nog 14. En het werk is er niet minder op geworden. Dat betekent dus meer koersen dan vroeger. Maar het is vooral het keuken- en onderhoudspersoneel dat uitgeperst wordt als citroenen. Hun werk wordt bijna gechronometreerd. Bijna niemand werkt hier fulltime omdat ze het gewoon niet aankunnen.
Ok, er ligt 300 euro op tafel, maar dat is alles. Voor de arbeiders zit er voor de rest niks in. De uitbreiding van de ADV-dagen naar al het personeel komt er ook al niet. Als je de ene groep wel iets geeft en de anderen niet, creëer je wrijvingen. Je zet mensen tegen elkaar op en dat voel je inde strijd. Het is dus ook tijd voor een beetje blauwe woede. De bereidheid om te staken is groot. Welke jongere zal hier nog willen komen werken als het loonverschil met de privé zo groot wordt?”

Dirk en Jeroen, verpleegkundigen op radiologie
“Op radiologie zitten we met een pervers systeem. De radiologen krijgen bij winst een premie. Radiologie is zo'n beetje de melkkoe van de ziekenhuizen. Daar kunnen ze winnen wat ze elders verliezen. Maar daardoor wordt onze productiviteit wel altijd maar de hoogte in gejaagd.
Waarom zouden jongeren in de toekomst nog voor deze sector kiezen? Iemand van 18 kan je toch niet warm maken met de belofte van extra vakantiedagen als hij 58 is? Ik vrees dat ze veel ziekenhuizen zullen mogen sluiten als wij op pensioen gaan.
Uiteindelijk doen we het ook voor de patiënten. De mensen denken dat ze hier veilig zijn, maar dat is niet zo. Als er op zondag bijvoorbeeld geen vervanging gevonden wordt voor een zieke verpleger, staat zijn collega alleen voor 30 bedden. Als er dan 3 of 4 belletjes gelijk gaan, kan het lang duren voor de patiënt een verpleger te zien krijgt.
Die extra dagen vakantie op 58 zijn een grap. Zo hopen ze ons langer aan het werk te houden en dus hun geld terug te krijgen. Mensen die tot de pensioenleeftijd werken, zijn op één hand te tellen. Lang daarvoor worden ze geveld door stress of rugpijn. Als ze het brugpensioen afschaffen, kunnen al die mensen op ziekenverlof. Voor de rest gaan ze daar niks mee bereiken. Politiekers zitten in een ivoren toren. Demotte heeft er geen benul van hoe een ziekenhuis draait.
Met belastingsverlagingen blijven ze populair. Met meer geld voor de non-profit blijkbaar niet. Met het geld van één jaar dat naar de farmaceutische industrie gaat, kunnen ze al onze eisen betalen. Als ze dat systeem uit dinges ... Zweden of nee Nieuw-Zeeland invoeren, hebben ze meteen geld genoeg. Investeren in de zorgsector is investeren in de toekomst. De non-profit is ook een soort zilverfonds.
Maar weet je, we zijn verkeerd begonnen. Vroeger werd het werk gedaan door nonnekes. Je moest al van goede huize zijn om hier te mogen werken. Ze denken blijkbaar dat het nog steeds zo is.”

Gjald en Stéphanie, jonge verpleegkundigen en delegees
“Wat nu op tafel ligt, is een beetje meer voor 50-plussers en voor hoofdverpleegkundigen. Voor al de rest is er niets. Wie zal de oudere werknemers vervangen als die hun arbeidsduurverminderingsdagen oppakken? De regering verschuift gewoon het probleem. De aantrekkelijkheid van het beroep gaat serieus achteruit. Een sociaal leven is quasi onmogelijk. Mensen uit de profitsector verklaren ons waarschijnlijk zot. Als wij in het weekend werken, krijgen we een premie van 56 %. In de privé kan dat oplopen tot 100 en zelfs 200 %. Waarom we het dan nog volhouden? We doen onze job graag. Het is een sociaal beroep. Je hebt veel contact met mensen. Alhoewel ook dat als maar moeilijker wordt. Soms lijkt het hier wel op een carwash. Als een patiënt in tranen uitbarst, hebben we juist tijd genoeg voor een schouderklopje.”