arch/ive/ief (2000 - 2005)

Een kokosnoot in de handen van een aap
by Nick Meynen Friday, Feb. 18, 2005 at 4:42 PM
nmeynen@hotmail.com

In Nepal bestaat een populaire uitdrukking badarko hatma noriwal die zich, als het over Nepal en politiek gaat, laat vertalen als “Nepal is een kokosnoot in de handen van een aap”. De laatste jaren sloeg dit vooral op de vaak corrupte en onbekwame leiders van de democratische politieke partijen. In het algemeen klagen de Nepalezen erover dat de machthebbers het goede dat in Nepal zit er nooit uit krijgen. Of de koning daar na zijn staatsgreep wel in zal slagen valt sterk te betwijfelen.

Als beweegredenen voor zijn staatsgreep op 1 februari 2005 sprak koning Gyanendra vooral over het gebrek aan vooruitgang in vredesgesprekken en het organiseren van verkiezingen. Volgens het gereputeerde tijdschrift The Economist zijn beide voorwendselen bedrieglijk te noemen. De Maoïsten weigerden net met de vorige regering te praten omdat het marionetten van de koning waren die de baas is over een leger dat zich gewoonlijk niet veel aantrekt van wat politici afspreken. Het idee dat er vrije en eerlijke veriezingen georganiseerd kunnen worden in een land dat voor bijna 80% door rebellen bezet wordt was al helemaal naïef. Terwijl vooral het buitenland erg negatief op de gebeurtenissen reageerde waren de reacties in Nepal eerder gemengd. Hoewel de koning de noodtoestand aankondigde en alle constitutionele vrijheden van vrije meningsuiting en samenscholing verbood, waagden enkele studenten in Pokhara zich toch aan een betoging, enkel om er weggeschoten te worden. In de hoofdstad ontstonden nergens relletjes en bleef het opmerkelijk kalm. De koning had er bij het overnemen van de macht en het uitroepen van de noodtoestand wel voor gezorgd dat alle telefoon- en internetverkeer gedurende drie dagen plat lag, terwijl alle onafhankelijke media ofwel verboden ofwel gecensureerd werd. Voorlopig betekent de royale coup vooral slecht nieuws voor journalisten, politici en activisten die plots schaakmat staan. Het duurde niet lang voor Dipak Bhattarai, TV journalist voor de privé-zender Kantipur, hiermee geconfronteerd werd. “Toen ik minuten na het einde van de koning zijn toespraak om een reactie ging polsen bij de leider van de grootste partij in de zonet afgezette regering kwam het leger toe. Ze stuurden hem terug naar binnen, stelden een cordon rond zijn huis in en eisten dat ik stopte met filmen. Met deze ‘prime time’ beelden op zak ging ik naar onze redactie om te moeten vaststellen dat de militairen ook daar al ter plekke waren om het nieuws te corrigeren en nieuwslezers tijdens de uitzending onder schot te houden. Sindsdien maken ik en mijn collega’s die niet ontslaan, gearresteerd of gevlucht zijn reportages over bijvoorbeeld de soorten sokken die er in Kathmandu te koop zijn.” Hoewel eerlijke informatie dus onbestaande was en angst zeker een reden om niet te betogen bleken de taxichauffeurs, obers, krantenverkopers, dagarbeiders en hotelklerken hun enthousiasme over het positieve van de hele zaak niet onder stoelen of banken te steken. Hier en daar werden kaarsjes gebrand en voor het eerst negeerde iedereen in Kathmandu de zoveelste banda (een oproep tot het stopzetten van alle handel en verkeer, met de dreiging van repercussies voor overtreders) die van 2 tot 4 februari door de Maoïsten uitgeroepen werd.

Iedereen royalist of Maoïst
Na meer dan 200 jaar absolute monarchie (op een soort‘democratisch interval’ in de jaren ’50 na) kwamen de Nepalezen pas na 1990 met het westerse concept ‘democratie’ in aanraking. De euforie bleek echter van korte duur te zijn. Partijen splitsten, fusioneerden, brachten andere partijen ten val, wijzigden van koers en speelden een machtsspelletje alsof het een bende oorlogvoerende zeerobben betrof die op een paar op drift geslagen ijsbergen een oorlogje uitvochten terwijl hun basis steeds verder wegsmolt. Naast alle corruptieschandalen, regeringswissels en economische problemen waren de partijen ook vergeten zichzelf te democratiseren. Sinds 1994 volgden er meer regeringen dan er lentes gepasseerd zijn en dus wisten de meeste Nepalezen al lang niet meer wie er nu eigenlijk aan de macht was, laat staan waar de partijen aan de macht voor stonden. De koning brengt voor dit soort mensen een lang gehoopt gevoel van klaarheid, stabiliteit en zelfs veiligheid, in een land dat nochtans door oorlog geteisterd wordt. Veel mensen die nog in de compromissen van de politici geloofden sluiten nu uit vrij wil of verplicht door de omstandigheden aan bij één van de twee meer extreme kampen. Vanaf nu ben je in Nepal een royalist of een Maoïst.

Fatalisme en ontwikkeling op het platteland
In de dorpen (waar meer dan 80% van de Nepalezen woont) beschikt men echter niet over de veilige anonimiteit van een grootstad zoals Kathmandu. Buiten de grote steden en wegen is bijna het hele land in handen van de Maoïsten of betwist gebied. Iedereen kent elkaar en hier een positie innemen staat bijna gelijk met effectieve aansluiting bij een van de twee legers. Gewone boeren zitten nog meer dan voordien tussen het leger en de Maoïsten geklemd en als de ene iets komt opeisen staat de andere de volgende dag aan de deur om hem te straffen. Terwijl de Maoïsten in al hun wreedheden meestal nog een waarschuwing vooraf geven, hanteert het Nepalese leger regelmatig de ‘eerst-schieten-dan-onderzoeken’ regel waarbij tal van onschuldige mensen sterven. Volgens een wet die in januari 2001 gestemd werd, tot groot ongenoegen van Amnesty International, heeft het leger zelfs de toelating om mensen neer te schieten die betrokken zijn bij een diefstal, agressie of “any other violent or subversive act”. Soms is een vaag vermoeden van iets verdachts al genoeg of is zelfs neutraal proberen te blijven geen optie. Mayli, een vrouw die in een lodge in betwist gebied werkt, vertelt het verhaal over haar broer. “Op een zekere dag trokken vier Maoïsten die elke dag geld van touristen eisten in een klein kotje achteraan zijn lodge in. Wanneer het leger dit een tijdje later bij een zoekactie te weten kwam arresteerden ze prompt onze broer, die nochtans onmogelijk de Maoïsten er eigenhandig kon gaan uitzetten. Het leger nam ook onze telefoon mee die we met hard werken eindelijk hadden kunnen kopen, onder het voorwendsel dat de Maoïsten hiermee met elkaar zouden kunnen communiceren. Voor ons maakt het allemaal niet meer uit wie er waar aan de macht is. Wij willen naast een huis, kleren en eten gewoon rust en vrede, al de rest hoeft niet meer.” Dit soort verhalen hoor je veel en vaak komt er nog een fatalistische ondertoon bij doordat velen een sterke geloof hebben dat de goden toch hun leven in handen hebben. Volgens Bista, een bekende Nepalese sociale antropoloog, is deze fatalistische cultuur echter een geimporteerde en vanuit Kathmandu groeiende cultuur. Aan de grote massa op het platteland schrijft hij eigenschappen toe zoals een sterke verbintenis met productieve arbeid, een hoog doorzettingsvermogen en een endogene, efficiente en cooperatieve methode van sociale organisatie. Volgens hem vormen deze mensen het potentieel van Nepal, de melk in de kokosnoot.

Hypocrisie in het buitenland
Of de koning, die het leger grotere macht heeft gegeven en in principe geen invloed meer heeft op de meerderheid van het grondgebied in Nepal, al dat moois uit die kokosnoot zal kunnen halen valt sterk te betwijfelen. Ondertussen worden veel ambassadeurs teruggeroepen om te overleggen of verdere macro economische steun aan Nepal nog wel nuttig is. Het hypocriete van deze zaak is dat het net de landen zijn die gedurende vele jaren de koning en zijn leger versterkt hebben nu als eersten over een terugtrekking van financiele steun spreken. Terwijl India de koning jaren lang militaire steun bood zegt het nu zelfs een regionale topbijeenkomst af omdat het geen hand wil schudden met de koning die daar als premier aanwezig zou zijn. De VS gaven in 2002 en 2003 samen 25 miljoen $ aan het Nepalese leger uit en steunden tijdens vredesgesprekken in maart 2003 de koning in die mate dat het vredesproces zelf erdoor verstoord werd. Nu klaagt men plots terug over het gebrek aan democratie in Nepal. Als hun beleid in dezelfde richting verder evolueert zoals bijvoorbeeld het beeid tov Saddam Hoessein (ook ooit militair gesteund door de VS) dan ziet het er zelfs nog slechter uit voor Nepal. Maar voorlopig gaat het leven in Kathmandu gewoon verder. Dit terwijl de rest van het land onder de gevolgen van een uitzichtloze oorlog kreunt. Zoals het er nu naar uit ziet zal het nog wel een tijdje duren voor iemand de Nepalese kokosnoot gaat openen.

Bronnen:
The Economist;
Bista D.B., Fatalism and Development. Hyderabad, Orient Longman Limited, 1991
Amnesty International, Nepal: Human rights and security. London, Amnesty International, 14 februari 2001
Iedereen heeft angst in Nepal, Maarten Post. MO magazine, 2004
Interviews ter plaatse afgenomen
http://nepalresearch.org/