arch/ive/ief (2000 - 2005)

Congo / Expositie in Tervuren omzwachtelt koloniaal geweld in Belgisch-Congo
by Raf Custers Thursday, Feb. 03, 2005 at 5:27 PM
raf@indymedia.be 0476-954290

TERVUREN -- In het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika is de tentoonstelling "Het geheugen van Congo. De koloniale tijd" geopend. Wetenschappelijk directeur professor Jean-Luc Vellut verklaarde bij die gelegenheid: "De beschuldiging dat het Belgisch koloniaal bewind in Congo een génocide heeft gepleegd, is extravagant". Vellut bakende daarmee af wat in deze expositie wèl en niet kon worden gezegd en getoond. De tentoonstelling kadert in het 175-25-programma (175 jaar onafhankelijkheid van België en 25 jaar federalisme). Ze loopt tot 9 oktober. De eerste impressies.


De kolonisatie van Congo door de ogen van kunstenaar Tshibumba

Als ze in het Afrika-museum van Tervuren één expositie moesten maken: dan deze wel. Het Belgische koloniale regime heeft op Congo en zijn mensen een onuitwisbaar stempel gedrukt: het heeft de Congolezen geknecht en gekneed. Het heeft ook het denken van generaties Belgen bepaald, en – om maar iets te zeggen - racisme als een banaliteit ingang doen vinden. Het heeft bij de Belgische groot-burgerij zo'n rijkdom vergaard, dat ze er tot vandaag mee voortkan. Zo'n episode moet onderzocht en uitgelegd.

Het Afrika-museum heeft de voorbereiding en uitvoering van de expositie niet licht opgevat. Tientallen mensen hebben er twee jaar aan gewerkt. Dat levert een vrij "museale" opstelling op, met (hoofdzakelijk achter glas) een uitgebreide collectie voorwerpen en documenten. Voor sommigen zal deze tentoonstelling te weinig inter-actief zijn, en naar hedendaagse maatstaven is ze dat zeker. Maar, zo wordt dan wel eens beweerd, in expo's met veel zelf te bedienen toeters en bellen lopen bezoekers van het ene gadget naar het andere en kijken en lezen ze niet meer. En hier zijn nu eenmaal unieke en soms ook exclusieve vondsten bovengespit.

Zo bij voorbeeld een brief uit februari 1895 van Marcelin De Saegher, magistraat in Congo, aan een vriend die in Gent rechter is. Een recente aanwinst in Tervuren. In zijn brief beschrijft De Saegher hoe een zekere Fiévez in "Boussira het privé-domein heeft ingericht". Fiévez heeft naar eigen zeggen één keer 959 inboorlingen gedood en (...) daarna nog eens 145. De Saegher: "Deze districtscommissaris heeft 2838 "cartouches" afgevuurd, 1346 inboorlingen gedood en 162 dorpen verwoest".

Apartheid
Een ander fraai document hangt aan de ingang van de afdeling: Ontmoetingen. Het betreft een plattegrond van de ideale koloniale stad, met een Europees gedeelte waarin gedetailleerde straten zijn ingevuld en een grijze, ongedetailleerde zone – de Cité Indigène – die van de "witte stad" gescheiden is door een No Man's Land. "Die neutrale zone", vertelt ingenieur-architect Johan Lagae, "was liefst 500 meter breed, omdat men toen meende zo de malaria-muggen weg te kunnen houden. Dat was het hygiënische argument. Maar er zat natuurlijk meer achter".

Er zat inderdaad meer achter: "inherent aan de koloniale samenleving", zo lezen we in de documentatie bij de tentoonstelling, "was een onderscheid gebaseerd op 'rassencriteria'". Iets vranker gezegd: België had zijn kolonie volgens een eigen variant van de Apartheid ingericht. Dat kan kennelijk in deze tentoonstelling niet openlijk worden gezegd. Ook het woord 'rassencriteria' staat trouwens tussen aanhalingstekens. Héél typerend is dat de Belgische Apartheid ter sprake komt in een afdeling die Ontmoetingen heet want "er waren persoonlijke contacten tussen Afrikanen en Europeanen, vooral in de religieuze sfeer". Veel wordt hier omzwachteld gezegd, we komen er seffens op terug.

Congolees perspectief
Klein incident voor de officiële opening: een medewerkster overliep alle afdelingen, maar vergat uit zenuwachtigheid de laatste, die van de Onafhankelijkheid. Daar treffen we nochtans een paar echte scenografische vondsten aan. Aan het plafond hangt om te beginnen een serie pagnes met motieven die verwijzen naar verschillende cruciale momenten sinds 1960, onder president Kasavubu en maarschalk Mobutu. De stoffen zijn in bruikleen gegeven door de textieldrukkerij Utexafrica in Kinshasa.

En helemaal aan het eind: een zit-, kijk- en mijmer-Tribune waar getuigenissen van Belgen en – gelukkig ook - Congolezen over de koloniale tijd worden geprojecteerd. Zo bij voorbeeld die van Robert Crem, een vroegere grote baas van de mijnmaatschappij Gécamines, die zonder verpinken hetvolgende zegt (in het Frans): "Het Westen is verantwoordelijk voor de verslechtering en vernieling van een deel van het Afrikaans continent sinds de onafhankelijkheid, door de ontwikkeling van de plundering van metalen grondstoffen en van petroleum".

Verzet?
"De koloniale tijd" maakt duidelijk een arbitraire keuze. Voor een stuk is dat normaal: elk onderzoeker bakent eerst zo goed mogelijk zijn onderwerp af. Hier zijn naar ons gevoel toch een paar essentiële schakels onderbelicht of terzijde gelaten. De Congolese competentie, bij voorbeeld. Dat Congolezen wat konden, wordt heel even aangeraakt wanneer het over onderwijs gaat. Het vanuit België overgeplante onderwijsysteem in Congo had een héél brede basis maar een héél smalle top, met nog géén dertig universitair gediplomeerden bij de onafhankelijkheid. Nochtans waren er al in de jaren 1910 "inboorlingen" met maar liefst zes jaar opleiding tot 'medisch assistent' achter de rug, die vaak zelfstandig opereerden, maar niet de competientie of, beter, de bevoegdheid kregen om medische documenten te ondertekenen.

Een veel symbolischer gemis: nergens – hebben we erover gekeken? – ook maar één allusie op het verzet van de Congolezen tegen de koloniale onderdrukking. Terwijl ze nochtans heel de 20-ste eeuw door verzet gepleegd hebben: de opstandigheid van Lumumba en Pierre Mulele viel echt niet uit de lucht.

De makers hebben keuzen gemaakt. Wetenschappelijk directeur Vellut opnieuw: "Dezer tentoonstelling gaat niet over de Belgische koloniale tijd, wel over de koloniale tijd in Congo". Tot daar aan toe, al is dat onderwerp overwegend vanuit Belgisch perspectief belicht, en – na een eerste bezoek – veel te weinig vanuit het perspectief van de Congolezen die het koloniale regime moesten ondergaan. Vellut: "Deze expositie gaat ook niet over de koloniale holocaust. Beweren dat er 10 miljoen mensen voor het rubber zijn omgebracht, is extravagant. Tussen 1880 en 1920 is de bevolking wèl met naar schatting 20% verminderd. Geweld was daarvan één maar niet de exclusieve oorzaak".

Jean-Luc Vellut lanceert hier enkele one-liners die we tijdens de eerste rondleiding door andere medewerkers hoorden herhalen, en die we de komende tijd allicht nog dikwijls zullen horen. Primo, de stelling dat er 10 miljoen Congolezen zijn omgebracht is extravagant, er is geen sprake van een holocaust of genocide, geen sprake van een halvering van de bevolking door het Belgisch koloniaal bewind. Secundo, de Belgen doen aan "borstklopperij", de Belgen tonen zich schuldig over de "waanzinnige brutaliteiten" die er tijdens de koloniale tijd in Congo zijn gepleegd, daarmee bedoelend: we houden er beter mee op want de andere ex-koloniale mogendheden, de Britten, de Fransen tonen zo'n schuldgevoel niet.

Nog één ding: op 12 en 13 mei vindt in het kader van de tentoonstelling een colloquium plaats over koloniaal geweld in Congo, of liever over "koloniaal geweld". Er zou, zegt een aankondiging, een "tegensprekelijk debat moeten worden", maar dan wel "tussen bevoegde wetenschappers". Iemand als de Amerikaanse publicist Adam Hochschild, auteur van 'De geest van koning Leopold' heeft men er blijkbaar liever niet bij. Omdat hij "koning Leopold-2 nagenoeg demoniseerde en op gelijke voet stelde met Hitler en Stalin" (zoals de catalogus zegt)? of omdat hij "met een goed georchestreerde marketing-campagne een verkoopsukses boekte"? Als waardevolle stem lijkt hij alleszins door het Koninklijk Museum in Tervuren afgeschreven.

(wordt vervolgd)