arch/ive/ief (2000 - 2005)

Jaarverslag NOS Internetredactie tav de moord op van Gogh
by Astrid Essed Friday, Dec. 31, 2004 at 9:51 AM

Bij haar jaarverslag betreffende de gebeurtenissen rond de moord op van Gogh getuigt de NOS Internetredactie door tendentieuze en incomplete berichtgeving van gebrek aan objectieve journalistiek.



Direct onder dit commentaar treft u het betreffende jaarverslag aan.
Aan ale lezers van Indymedia Belgioe een goed uiteinde toegewenst en voor 2005 voor u allen persoonlijk veel geluk, gezondheid, harmonie, vreugde, succes en vriendschap.
Voor de wereld een einde aan oorlogen, bezetting, mensenrechtenschendingen, racisme en het verschil tussen rijk en arm.

Een in de strijd!

Vriendelijke groeten
Astrid

Geachte Redactie,

Ik wil graag uw aandacht vragen voor het volgende:
Ik heb uw Jaarovertzicht betreffende de moord op van Gogh ''De moord op een kritische cineast '' net belangstelling gelezen.

Het is mij bij nadere lezing echter opgevallen, dat u zich niet alleen schuldig hebt gemaakt aan sensationele en tendentieuze berichtgeving, maar tevens door een incomplete en niet aan de actualiteit aangepaste informatievoorziening ernstig tekort geschoten bent in uw journalistieke taakstelling betreffende objectiviteit en integriteit.
Ik zal een en ander nader toelichten door het citeren van een aantal zinsneden uit uw verslag, die m.i. op bovenstaande van toepassing zijn:

A Sensationele berichtgeving:

1 Uw citaat:

''Voor het stadsdeelkantoor aan de Linnaeussstraat in Amsterdam wordt op dinsdag 2 november 2004 een man neergeschoten. Hij slaagt er nog in weg te strompelen, maar wanneer hij neervalt wordt zijn keel doorgesneden en krijgt hij twee messen in zijn buik gestoken. De moordenaar laat een brief achter op het lijk.

De man die op beestachtige wijze is afgeslacht, blijkt de 47-jarige filmmaker Theo van Gogh te zijn.''

Einde uw citaat

2 Mijn commentaar:

Hoewel het in dezen evident is, dat iedere gepleegde moord, dus ook de moord op van Gogh als zijnde de ultieme schending van het recht op leven een ernstig misdrijf is, behoort het tot de taak van nieuwsmedia zich bij de beschrijving van het gepleegde misdrijf uit het oogpunt van journalistieke objectiviteit te bedienen van zo sober mogeljk woordgebruik, hetgeen in uw berichtgeving genendele het geval is.

Niet alleen bedient u zich in tegenstelling tot de eerdere berichtgeving hieromtrent van het m.i. zeer suggestieve en sensationele detail ''het doorsnijden van de keel'', zonder dat een en ander iets toevoegt aan de nieuwswaarde van het geheel, daarenboven refereert u aan de ''beestachtige afslachting'' van het slachtoffer.
Zowel vanuit het oogpunt van journalistieke objectiviteit, die de nadruk legt op sobere en feitelijke berichtgeving zonder waardeoordeel als vanuit de u bekende maatschappelijke commotie, die de moord op van Gogh heeft teweeggebracht, getuigen de door u gehanteerde kwalificaties niet alleen van gebrek aan professionaliteit, maar daarenboven van een tendentieuze stemmingmakerij, een kwaliteits internetredactie als u onwaardig.

B Tendentieuze berichtgeving:
Uw gebruik van de terminologie ''dader'' en ''moordenaar''

1 Uw citaat:

''De man die op beestachtige wijze is afgeslacht, blijkt de 47-jarige filmmaker Theo van Gogh te zijn. De dader slaat op de vlucht, maar kan na een vuurgevecht worden ingerekend door de politie. Het gaat om Mohammed B., een 26-jarige moslim met een Nederlands en Marokkaans paspoort. ''

Einde uw citaat

2 Mijn commentaar:

Opvallend in dezen vind ik tevens, dat u zowel in bovenstaande berichtgeving, de reeds door mij bekritiseerde sensationele berichtgeving en in uw latere berichtgeving betreffende de brief op het lichaam van van Gogh, Mohammed B kwalificeert als ''dader''' en ''moordenaar''.
Niet alleen is een en ander in strijd met de algemeen in persberichten en media gehanteerde term ''verdachte'' van een misdrijf, hangende het politioneel en justitieel onderzoek, ook wanneer er sterke aanwijzingen zijn in de richting van de echte of vermeende verantwoordelijkheid van verdachte voor het misdrijf, met name is een en ander in strijd met de algemeen geldende internationale rechtsregel, zowel in Nederland als in de rest van de wereld, dat ieder mens ''onschuldig is tot zijn schuld is bewezen'' [Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, artikel 11, lid 1]

Het verdient dan ook aanbeveling dat u zich bij een volgende berichtheving over dit onderwerp bedient van de term ''verdachte'' of desnoods ''vermoedelijke moordenaar''

C Tendentieuze en incomplete berichtgeving
Uw bagatellisering van de uitspraken van van Gogh

1 Uw citaat:

'''Geitenneukers'
Nederland is in rep en roer, want meteen wordt vermoed dat Van Gogh vermoord is om zijn ideeën over de islam. De cineast uitte veel kritiek op die geloofsovertuiging en daarin was hij niet altijd even genuanceerd. Zo noemde hij moslims 'geitenneukers'. Vlak voor zijn dood maakte hij met VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali de film 'Submission', waarin zij de onderdrukking van moslimvrouwen aan de kaak stelden. ''

Einde uw citaat

2 Mijn commentaar:

Hoewel u terecht stelt, dat van Gogh veelal weinig genuanceerd was in zijn kritiek op de Islam, is deze door u geventileerde uitspraak, m.i. in hoge mate bagatelliserend, hetgeen overigens eveneens tot uiting komt in de titel van uw Jaaroverzicht [''De moord op een kritische cineast].
Daarenboven verzuimt u tevens melding te maken van het feit, dat de door van Gogh gedane pejoratieve uitlatingen tav de Islam en moslims, in het byzonder Marokkaanse moslims, niet op zichzelf stonden, maar onderdeel uitmaakten van reeds eerder tav van Joodse mensen geuite racistisch-anti-semitische opmerkingen, hetgeen m.i. wijst op een racistisch patroon in dezen.

Pejoratieve uitlatingen tav de Islam en moslims:

Hoewel ik zeker van mening ben, dat vrijheid van meningsuiting een groot goed is, impliceert een en ander m.i. geen vrijheid van belediging.
In tegenstelling tot het hierboven door u gesuggereerde was er bij van Gogh niet alleen sprake van ''weinig genuanceerde'' kritiek op de Islam, maar maakte hij zich stelselmatig schuldig aan beledigende opmerkingen tav de afkomst culturele gebruiken en de religie van moslims in het algemeen en Marokkaanse moslims in het byzonder, hetgeen een schending is van de religieuze en culturele rechten van een in Nederland wonende nationale minderheid en als zodanig strafbaar kan worden gesteld [zie artikel 1 uit de Grondwet en artikel 137c, lid 1]
Verder vermeldt u weliswaar in uw bovengenoemde citaat, dat van Gogh samen met mevrouw Hirsi-Ali de film ''Submission'' maakte, waarbij onderdrukking van moslimvrouwen aan de kaak werd gesteld, maar u maakt geen melding van het feit, dat een en ander geschiedde op een voor vele moslims buitengewoon beledigende wijze [door het afbeelden van Koran-teksten op het lichaam van een naakte vrouw]
Het verdient in het belang van de journalistieke objectiviteit dan ook aanbeveling, dat u zich bedient van een zo volledig mogelijke berichtgeving in dezen.

Beledigende uitlatingen tav Joodse mensen:

Evenmin maakt u in uw berichtgeving melding van het feit, dat van Gogh zich niet alleen in pejoratieve zin heeft uitgelaten tav moslims, maar eveneens in het verleden heeft blijkgegeven van zeer beleduigende opmerkingen tav Joodse mensen.
Zo heeft hij in 1991 de beruchte ''caramel'' uitspraak gedaan, waarbij hij de geur van caramel heeft gerelateerd aan ''het verbranden van suikerzieke Joden'' in verband met de in de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden verschrikkelijke holocaust.
Eveneens heeft hij in dit verband gerefereerd aan ''copulerende Davidssterren in de gaskamer''
Het behoeft geen nader betoog, dat dergelijke uitgesproken beledigende en anti-semitische opmerkingen niet alleen een ernstige schending zijn van de rechten van in Nederland wonende Joodse mensen, maar met name buitengewoon traumatisch geweest zijn voor de directe overlevenden van de concentratiekampen.

Terecht is dan ook door de Joodse organisatie het Cidi en de TV-presentratrice Sonja Barend een klacht tegen van Gogh ingedined, waarbij hij werd veroordeeld tot 1000 gulden boete, een rechtszaak tegen racisme hoog toegekend bedrag.
Van belang is tevens te vermelden, dat het door van Gogh geleverde commentaar op de uitspraakn was ''dat hij het zo weer zou doen'' en er ''de gevangenis voor over had''

Het lijkt mij eveneens vanuit het oogpunt van journalistieke objectiviteit van groot belang, dat u naast het door u geventileerde standpunt tav de ''kritische'' standpunten van van Gogh eveneens melding maakt van bovenstaande gedane uitlatingen tav Joodse mensen, hetgeen weer een ander licht op de zaak werpt.

D Incomplete berichtgeving
Het ontbreken van toelichtende feiten nav de bekendmaking van de brief door minister Donner

1 Uw citaat:

''Twee dagen na de moord maken minister Remkes van Binnenlandse Zaken en minister Donner van Justitie bekend dat de brief die was achtergelaten op het lichaam van Van Gogh, gericht is aan Hirsi Ali. In de brief wordt ze bedreigd vanwege haar “kruistocht tegen de islam”. De dader schrijft dat zij met het Westen ten onder zal gaan. De naam van Van Gogh komt niet voor in de brief. Mohammed B. blijkt zelf een afscheidsbrief bij zich te hebben gehad.''

Einde uw citaat

2 Mijn commentaar:

Ook bij dit citaat valt mij wederom op, dat u zich tav de publicatie van de brief door minister Donner schuldig maakt aan incomplete berichtgeving in dezen

Betreffende de bekendmaking van de brief door minister Donner van Justitie verzuimt u namelijk te vermelden, dat een en ander in strijd is met de gebruikelijke terughoudendheid hangende het politioneel en justitieel onderzoek, hetgeen dan ook geleid heeft tot protesten van de hoofdofficier van het OM, de heer de Wit.
Hangende het onderzoek is het namelijk gebruikelijk, dat documenten, die een nader licht kunnen werpen op een gepleegd misdrijf, blijven berusten in het zogenaamde voorgeleidingsdossier, totdat zij gezien zijn door de rechter en advocaten.
Wanneer u een overzicht maakt van de gebeurtenissen na de moord op van Gogh mag niet alleen van u verwacht wordenm dat u daarvan een zo compleet mogelijk beeld schetst, maar dat u tevens aandacht schenkt aan door politici genomen maatregelen, die in strijd zijn met de gebruikelijke in strafzaken toe te passen rechtsregels en kunnen leiden tot de belemmering van het politioneel en justitieel onderzoekswerk en een eventuele schending van de rechten van de verdachte.

E Incomplete berichtgeving
Het onbedekt tonen van de foto van Mohammed B in het programma ''Opsporing Verzocht''

Hoewel u volkomen terecht aangeeft dat de spanning in het land zeer hoog is opgelopen, verbaast het mi ten enenmale, dat u gezien tegen dit licht geen melding maakt van het zeer significante feit van het onbedekt tonen van de foto van Mohammmed B in het programma ''Opsporing Verzocht''
Niet alleen is het van belang dat u bij een overzicht van een dergelijke geruchtmakende zaak als de moord op van Gogh alle terzake relevante feiten noemt, tevens hebt u de journalistieke taak, nader stil te staan bij door de politiek of Justitie genomen doorgaans ongebruikelijke maatregelen, die kunnen leiden tot de schending van de rechten van de verdachte cq en door hun precedentwerking invloed kunnen hebben op een mogelijke uitholling van de in Nederland geldende rechtsprincipes.

Het is u in dit verband ongetwijfeld bekend, dat minister Donner van Justitie toestemming heeft gegeven tot het onbedekt tonen van de foto van verdachte Mohammed B, een in het Nederlandse rechtsstelsel hoogst ongebruikelijke maatregel, aangezien een en ander een schending is van het echt op privacy van verdachte, een van de elementaire rechten van een verdachte.
In dit geval speelt daarenboven de zwaarwegende factor een rol dat een en ander gezien de door de moord op van Gogh ontstane maatschappelijke commotie, een evident veiligheidsrisico voor verdachte zou kunnen inhouden, zoals zijn advocaat in het verloren Kort Geding ter voorkoming van het ''zonder balk'' tonen van de bewuste foto naar voren bracht.

Nog los echter van het al dan niet onrechtmatig door de minister genomen besluit is het van groot belang, dat een en ander door u vfrmeld wordt, niet alleen als belangrijk nieuwsfeit en de mogelijke schending van de rechten van verdachte, maar met name vanwege de precedentwerking, die van een dergelijke ministeriele beslissing uitgaat, die daarenboven is gekoppeld aan een gerechtelijke uitspraak in dezen [afwijzing eis advocaat tot het bedekt tonen van de foto]

E Incomplete berichtgeving
Incomplete berichtgeving tav de standpuntbepaling van de Nederlandse politiek in het algemeen na de moord op van Gogh

Daarenboven is het in dezen significant, dat u generlei melding maakt van de door de politiek ingenomen standpunten tav de moord op van Gogh, waarbij veelal sprake was van de presentatie van door het OM gedane vooronderstellingen als feiten zonder de gebruikelijke terughoudendheid in afwachting van de resultaten van het politioneel en justitieel onderzoek.
Niet alleen leidde een en ander tot onbewezen conclusies over het eventueel terroristische karakter van de moord en een eventueel ''internationaal terreurbetwerk'', dat tot nu toe door geen enkel bewijs gestaafd kan worden, met name werd er door sommige politici gesproken in termen van ''oorlogstaal'', hetgeen mede leidde tot verdere escalatie van de reeds in Nederland na de moord op van Gogh aanwezige spanningen tussen met name Nederlandse autochtonen en Marokkaanse allochtonen.
Het is van groot belang, dat een en ander eveneens door u vermeld wordt, omdat een en ander niet alleen van invloed is geweest op de ontstane polarisatie in de Nederlandse samenleving, maar een grote rol heeft gespeeld bij de feitelijke ontwikkelingen van de gebeurtenissen.

F Incomplete en tendentieuze berichtgeving betreffende de positie van Minister Remkes en het eventueel terroristische karakter van de moord op van Gogh

1 Uw citaat:

''Motie
Minister Remkes overleeft een motie van wantrouwen, ingediend door onafhankelijk Kamerlid Geert Wilders. Die stelt dat Remkes fouten heeft gemaakt bij de aanpak van terreur. Volgens hem had Mohammed B., die in verband wordt gebracht met terroristen uit de zogenaamde ‘Hofstadgroep’, beter in de gaten moeten worden gehouden. Ook het functioneren van de veiligheidsdienst AIVD ligt onder vuur.

Remkes wijst de kritiek dat hij niet daadkrachtig heeft opgetreden tegen terreur van de hand. Hij verwijst daarbij onder meer naar de grote politieactie in het Laakkwartier in Den Haag, waarbij een aantal terroristen wordt opgepakt. Ook zegt hij dat er geen rechtstreekse aanwijzingen waren dat Mohammed B. terroristische daden zou plegen. ''

Einde uw citaat

2 Mijn commentaar:

Hoewel de door u genoemde berichtgeving overeenkomt met de gevoerde discussies/cq feitelijke gebeurtenissen in de Tweede Kamer, bedient u zich in dezen wederom van tendentieus en partijdig taalgebruik.
Daarenboven is het in dezen opvallend, dat u deze berichtgeving niet aanvult met de meest actuele ontwikkelingen rond de zes verdachten van de echte of vermeende ''Hofstadtgroep''[de eerder genoemde ''terroristen'' van de Hofstadtgroep] en Mohammed B, hetgeen uw journalistieke objectiviteit ten aanzien van hun rechtspositie in twijfel trekt.

Uw gebruik van het woord ''terroristen''

Het valt mij bij uw citaat tav de politieke gebeurtenissen in de Tweede Kamer op, dat u zich tweemaal bedient van het woord 'terroristen'', de eerste keer in relatie tot de echte of vermeende Hofstadtgroep [de zes gearresteerde verdachten] en de tweede keer in relatie tot de grootscheepse politie-actie in het Laakkwartier in Den Haag.
Ook in dit verband wil ik u er weer nadrukkelijk op attentmaken, dat in Nederland iedereen onschuldig is tot zijn schuld is bewezen.
Het gebruik door u van de term ''terroristen'' is in dit verband dan ook ten enenmale onacceptabel.
Ook al zou deze term als zodanig door genoemde politici gebruikt zijn, dan zou het tot uw journalistieke tak behoord hebben, een en ander tussen aanhalingstekens te plaatsen of te refereren aan ''vermoedelijke terroristen'' of ''verdachten van terrorisme''

Uw gebrek aan actuele berichtgeving:

Ernstiger vind ik echter in dit verband, dat u de ontwikkelingen rond de zes verdachten van terrorisme [behorend tot de zogenaamde ''Hofstadtgroep''] in verband met echte of vermeende relatie met Mohammed B inzake de moord op van Gogh niet in dit Jaarverslag hebt aangepast aan de door het OM verstrekte de actuele informatiegegevens.

Te uwer informatie:


Zoals reeds opgemerkt besluit u uw Jaaroverzicht betreffende de moord op van Gogh met de hierboven vermelde discussies cq feitelijke gebeutenissen in de Tweede Kamer waarbij Mohammed B in verband wordt gebracht met echte of vermeende terroristen van de ''Hofstadtgroep''
Zoals u echter ongetwijfeld bekend is, is er onlangs door het OM verklaard, dat Mohammed B geen lid is van de echte of vermeende Hofstadtgroep.
Verder heeft het OM onlangs verklaard, dat er geen afdoende bewijzen zijn voor een mogelijk aandeel van genoemde zes verdachten in veband met de moord op van Gogh.
Wel worden zij van andere zaken beschuldigd en is hun zaak, in tegenstelling tot die van Mohammed B, overgedragen aan het Landelijk Parket.

Aangezien deze meest actuele berichtgeving in dezen duidelijke vraagtekens zet bij de mogelijkheid van een eventueel voor de moord op van Gogh verantwoordelijk groter terreurnetwerk enerzijds en een eventueel door Mohammed B geleegde terroristische daad anderszijds lijkt het mij vanuit het oogpunt van objectieve en integere journalistieke berichtgeving van belang, dat u een en ander vermeldt als een journalistiek verantwoord besluit van uw berichtgeving.

Ik hoop, dat u bij een volgende berichtgeving over dit onderwerp sterker de nadruk zult leggen op het principe van integere en objectieve journalistiek, hetgeen uw taak is tegenover het internetlezende publiek.

Rest mij nog een u een heel goede jaarwisseling toe te wensen en een goed persoonlijk en journalistiek 2005.

Vriendelijke groeten
Astrid Essed
Amsterdam

Jaarverslag Internetredactie:

Zeebeving Musserts graf Satellietfoto's
Oproepen vermisten en ooggetuigenverslagen NOS-onderzoek: is de NSB-leider opgegraven? De vloedgolf op Sri Lanka vanuit de ruimte



De moord op een kritische cineast 23-12-'04


Voor het stadsdeelkantoor aan de Linnaeussstraat in Amsterdam wordt op dinsdag 2 november 2004 een man neergeschoten. Hij slaagt er nog in weg te strompelen, maar wanneer hij neervalt wordt zijn keel doorgesneden en krijgt hij twee messen in zijn buik gestoken. De moordenaar laat een brief achter op het lijk.

De man die op beestachtige wijze is afgeslacht, blijkt de 47-jarige filmmaker Theo van Gogh te zijn. De dader slaat op de vlucht, maar kan na een vuurgevecht worden ingerekend door de politie. Het gaat om Mohammed B., een 26-jarige moslim met een Nederlands en Marokkaans paspoort.

'Geitenneukers'
Nederland is in rep en roer, want meteen wordt vermoed dat Van Gogh vermoord is om zijn ideeën over de islam. De cineast uitte veel kritiek op die geloofsovertuiging en daarin was hij niet altijd even genuanceerd. Zo noemde hij moslims 'geitenneukers'. Vlak voor zijn dood maakte hij met VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali de film 'Submission', waarin zij de onderdrukking van moslimvrouwen aan de kaak stelden.

De discussie over vrijheid van meningsuiting barst los. Op de Dam in Amsterdam wonen zo’n 20.000 mensen een kabaalwake bij. “Er is een Amsterdammer vermoord”, begint burgemeester Cohen zijn toespraak. “Theo van Gogh maakte vrijmoedig gebruik van zijn recht zijn mening te uiten en maakte daardoor vaak ruzie, ook met mij en dat mag in dit land”, aldus de burgemeester.

Twee dagen na de moord maken minister Remkes van Binnenlandse Zaken en minister Donner van Justitie bekend dat de brief die was achtergelaten op het lichaam van Van Gogh, gericht is aan Hirsi Ali. In de brief wordt ze bedreigd vanwege haar “kruistocht tegen de islam”. De dader schrijft dat zij met het Westen ten onder zal gaan. De naam van Van Gogh komt niet voor in de brief. Mohammed B. blijkt zelf een afscheidsbrief bij zich te hebben gehad.

Crematieplechtigheid
Op maandag 8 november wordt op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam de crematieplechtigheid gehouden. De moeder van de cineast spreekt vriendelijke woorden tot Hirsi Ali, die ondergedoken is. “Lieve Ayaan Hirsi Ali, heb geen schuldgevoel over de moord op Theo. Hij werd al veel langer bedreigd. Jij moet er mede voor zorgen dat Theo niet vergeten wordt. Vrijheid is niet voor bange mensen.”

De spanning in het land is om te snijden. Er is grote angst voor wraakacties of confrontaties tussen autochtonen en allochtonen. Islamitische scholen en moskeeën zijn doelwit van aanslagen. In Uden gaat een islamitische school na brandstichting verloren. Op de muren zijn teksten geklad die verwijzen naar de moord op Van Gogh. Eén van leuzen luidt: “Theo rust in vrede”. Een aantal pubers van veertien en vijftien jaar wordt opgepakt.

Motie
Minister Remkes overleeft een motie van wantrouwen, ingediend door onafhankelijk Kamerlid Geert Wilders. Die stelt dat Remkes fouten heeft gemaakt bij de aanpak van terreur. Volgens hem had Mohammed B., die in verband wordt gebracht met terroristen uit de zogenaamde ‘Hofstadgroep’, beter in de gaten moeten worden gehouden. Ook het functioneren van de veiligheidsdienst AIVD ligt onder vuur.

Remkes wijst de kritiek dat hij niet daadkrachtig heeft opgetreden tegen terreur van de hand. Hij verwijst daarbij onder meer naar de grote politieactie in het Laakkwartier in Den Haag, waarbij een aantal terroristen wordt opgepakt. Ook zegt hij dat er geen rechtstreekse aanwijzingen waren dat Mohammed B. terroristische daden zou plegen.

Dat zijn dood zoveel teweeg zou brengen had Van Gogh zelf niet gedacht. Een paar dagen voor de moord zei hij in een interview nog dat hij zich niet kon voorstellen dat hij ooit zou worden neergeschoten. “But, if it happens. It happens.”