arch/ive/ief (2000 - 2005)

Cuba: twee tegenstrijdige persconferenties in het Europees Parlement
by Katrien Demuynck Tuesday, Mar. 23, 2004 at 6:28 PM
katrien.demuynck@pandora.be

Persconferentie in het Europees Parlement op do 18 maart, in antwoord op de conferentie diezelfde morgen door Reporteurs sans Frontères

Cuba, Human Rights: demasking Hypocrisy

Dat was de titel van de persconferentie georganiseerd op 18 maart door onafhankelijk Europees Parlements-lid Patsy Sörensen. Sörensen is net terug van een fact-finding mission naar Cuba. Ze ging er op zoek naar mogelijkheden tot samenwerking in de strijd tegen de mensenhandel. Reeds in de voorbereiding van dat bezoek werd het haar duidelijk dat de recente heisa rond mensenrechten op Cuba vooral een kwestie van propaganda en manipulatie zijn. Ze werd hierin enkel bevestigd toen ze het initiatief nam tot deze persconferentie. Cohn-Bendit, Frans Europarlementair en voorzitter van de Groene fractie, reageerde onmiddellijk: Sörensen moest goed weten dat ze niet in naam van de fractie zou spreken! Naar aanleiding van dit incident ziet de persdienst van het Europarlement zich gedwongen zijn communicatiebeleid aan te passen. Voorstaan moet op elk communiqué duidelijk vast te stellen zijn of het al dan niet een persoonlijk dan wel een fractie-initiatief is!
Zelf permiteerde Cohn-Bendit zich wel om de aankondiging van de Reporteurs Sans Frontières-persconferentie diezelfde dag, ook in het Europarlement, naar alle leden van de fractie door te mailen. Hij vermeldde er bovendien expliciet bij dat hij het initiatief van Reporteurs sans Frontières ondersteunt.

Op de conferentie stelde Patsy Sörensen dat ze reeds vele jaren werkt tegen mensenhandel en georganiseerde misdaad. In dat kader bezocht ze een 60-tal landen. De Caraïben deed ze reeds herhaalde keren aan. Ze merkt op dat ze naar aanleiding van haar laatste bezoek aan Cuba de meest hypocriete en caricaturale reacties kreeg uit haar omgeving. Cuba is slechts een klein land, stelt Sörensen vast, maar als je de naam uitspreekt krijg je de hele wereld over je heen. Ze heeft woorden van lof voor de Cubaanse misdaadbestrijding en voor het dichte sociale netwerk dat in de Cubaanse maatschappij bestaat. Het probleem van de mensenhandel is in Cuba vrij beperkt, ondanks het feit dat van buitenuit een grote druk uitgeoefend wordt op de Cubanen om te emigreren. In Cuba vind je trouwens geen bedelende kinderen. Beide zaken wijzen op het feit dat de levensstandaard op Cuba vrij behoorlijk is, zeker in vergelijking met de omliggende landen.

Tweede spreker op de persconferentie was auteur en onderzoeksjournalist, o.a. bij Le Monde Diplomatique, Hernando Calvo Ospina. Hij start met te verwijzen naar een interview dat hij enkele jaren geleden afnam van Robert Menard, voorzitter van Reporteurs sans Frontières. Deze zat immers ’s morgens de persconferentie van RSF voor om de schending van de mensenrechten in Cuba – meer bepaald tov 75 dissidenten – aan te klagen. Calvo Ospina wijst erop dat RSF een van de NGO’s is die dichtst bij de VS-plannen voor Cuba staan. De organisatie kan overigens haar haat tov de Cubaanse overheden niet wegstoppen. Wat Calvo Ospina niet begrijpt is dat Menard nu ook openlijk in contact staat met de Cubaans-Amerikaanse maffia in Miami. Dat zal volgens Calvo Ospina zijn imago geen goed doen. Over de 75 zogenaamde dissidenten wil hij nog het volgende kwijt. Dissidenten zijn anders denkenden. In dit geval gaat het volgens Calvo Ospina om verraders die met een verklaarde vijand – de VS – meewerkten aan de destabilisatie van hun land. Er zijn concrete bewijzen dat ze door de VS betaald werden voor hun ondermijnende activiteiten. Trouwens in de VS zelf riskeer je een ter dood veroordeling voor verraad. Waarom steekt RSF niet liever zijn tijd en middelen in een campagne voor de door de VS omgebrachte journalisten in Afganistan en Irak? Of waarom richt RSF zich niet tegen de Latijns-Amerikaanse landen waar vorig jaar 23 doden vielen onder journalisten? Geen enkele van die doden viel overigens op Cuba, stelt Calvo Ospina vast.

De persaandacht voor deze tweede conferentie was merkelijk minder dan die voor de conferentie van RSF. Speelt ook hier de vooringenomenheid tegen Cuba mee?