arch/ive/ief (2000 - 2005)

[interview Jean-Claude Vandermeeren] "In Wallonië is het glas altijd halfleeg."
by christophe callewaert en han soete Saturday, Mar. 20, 2004 at 12:30 AM
christophe@indymedia.be

"De tegenstelling is veeleer links-rechts dan Waals-Vlaams." Dat zegt de secretaris van het Waalse ABVV die vorige week in de media werd opgevoerd als het zwarte beest van voorzitster Mia De Vits. "Journalisten willen meningsverschillen altijd herleiden tot een persoonlijk conflict." (foto's han soete)



Jean-Claude Vandermeeren, de getaande secretaris van de Waalse intergewestelijke van het ABVV – zeg maar de baas van de Waalse vleugel van de socialistische vakbond – werd vorige week unaniem aangewezen als het booswicht dat voorzitster Mia De Vits in de armen van Steve Stevaert had gejaagd. De commentaren in de Vlaamse pers waren ongemeen scherp. “Dikke buik, roodaangelopen gezicht, de cravate op halfzeven en het verstand op halfzes,” zo vatte Walter Pauli de secretaris samen in De Morgen. Als wij hem aan de tafel in zijn ruime kantoor dat uitkijkt op het Brusselse justitiepaleis het citaat voorleggen, glimlacht hij minzaam: “Ik draag nooit een das.” Later zal hij meermaals herhalen dat het fout is om de fikse rel van vorige week af te doen als een persoonlijk conflict. Als voorwaarde voor het interview had hij dan ook gesteld dat hij geen zin had om nog eens te roeren in de 'affaire-De Vits'. Maar vragen stellen over die Waalse vakbond die aldus verschillende commentaren 'conservatief en enkel bekommerd om de verworven rechten is', mocht wel. In zijn verdediging van het Waalse syndicalisme kreeg hij versterking van Jacqueline Lequeux, secretaris van Charleroi en meteen de enige vrouw aan het hoofd van een regionale afdeling van het ABVV.



J.-C. Vandermeeren: “Een moderne vakbond betekent voor ons een vakbond die zoveel mogelijk werknemers vertegenwoordigt: werklozen, gepensioneerden, werknemers uit de openbare én de privésector, bedienden én arbeiders. Het moet ook een sterke vakbond zijn die de synthese kan maken tussen de soms tegengestelde belangen van al die verschillende groepen. Het basisprincipe is de solidariteit. Ten tweede moet een moderne vakbond ook internationaal zijn. Het komt dus niet bij ons op om te pleiten voor een scheiding tussen Walen en Vlamingen. De vakbond moet één blijven op Belgisch niveau en we moeten zelfs bouwen aan een Europese en indien mogelijk zelfs een mondiale eenheid. Dat is niet makkelijk, maar het betekent wel dat de vakbond open moet staan voor de buitenwereld en zich dus niet moet terugplooien op zichzelf. Dat is belangrijk, want tijdens sommige conflicten bevindt men zich tegenover multinationals met heel veel afdelingen en de patroon probeert altijd de arbeiders te verdelen. Renault Vilvoorde werd in de weegschaal gelegd met afdelingen in Spanje en Frankrijk. Wij moeten in zo'n penibele situatie een gemeenschappelijke visie vinden. Dat was zo voor Ford Genk, maar ook voor Arcelor. Je hebt een sterke internationale vakbond nodig zonder nationalistische reflexen en mét een globale visie.

Modern slaat ook op democratisch. Zoveel mogelijk algemene vergaderingen organiseren, zo veel mogelijk respecteren dat de vakbondsvertegenwoordigers verkozen worden door de basis. Dat is niet evident in een beweging die 450.000 leden telt in Wallonië en 1,2 miljoen leden in gans België. Het is niet gemakkelijk om de democratie iedere dag te doen werken. Als een delegee zich uitspreekt doet hij dat niet als individu. Als het ABVV zich over iets uitspreekt, dan zeggen sommigen wel eens dat we een wollige taal spreken, maar dat komt omdat we een consensus moeten vinden tussen al die tendenzen.

Als men nu met modern bedoelt dat we interimarbeid, tijdelijke contracten en het opjagen van werklozen moeten aanvaarden dan zijn wij met plezier ouderwets. We blijven immers vasthouden aan onze fundamentele ideologie die universeel is voor het socialisme: we zijn een klassenvakbond die de arbeiderswereld vertegenwoordigt. Wij verdedigen de werklozen, de arbeiders, bedienden, gepensioneerden, enzovoort. Is iedereen die de verworven rechten verdedigt conservatief? Nee, die verworven rechten zijn er pas na een lange syndicale strijd gekomen. We hebben gevochten voor de sociale zekerheid, voor werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en vaste contracten. Ik zie dus niet in waarom we dat nu zouden moeten in vraag stellen. De interimarbeid bestaat om een zieke of aanwezige arbeider te vervangen of om kleine problemen op te vangen. Maar dat betekent niet dat wij moeten leven met bedrijven waar 50 % van de werknemers interimairs zijn. Nu wordt de arbeiderswereld dooréén geschud omdat in de bedrijven de mensen met contracten voor onbepaalde tijd alsmaar zeldzamer worden en de tijdelijke contracten en de interims de norm. Als er ontslagen vallen, zijn zij de eerste slachtoffers. De arbeiders worden dus verdeeld. Wij blijven herhalen dat vaste contracten voor ons de norm blijven. Er is geen enkele reden om de voordelen die we verworven hebben na lange strijd in vraag te stellen.”

Klassenstrijd, universeel socialisme,... U gebruikt wel een aantal woorden die totaal in onbruik zijn geraakt in het Nederlands.

J.-C. Vandermeeren: “Tegen een groot aantal maatregelen die momenteel worden voorbereid op Europees en zelfs mondiaal niveau in het IMF, de WTO en de GATS blijven wij ons verzetten. Ik denk dat dat ook voor onze Nederlandstalige collega's geldt. Vorig jaar hebben we samen betoogd tegen de liberalisering van de diensten door de GATS. Als de Vlaamse regering aanstalten maakt om te liberaliseren en te privatiseren dan zie ik dat het toch de vakbond is die daartegen protesteert. Ik denk niet dat er op dat vlak grote tegenstellingen bestaan. Vlaanderen lijkt sneller willen te gaan op vlak van liberalisering, maar dat komt omdat de politieke constellatie anders is. Ik denk niet dat de arbeidersklasse daarom verdeeld is binnen het ABVV. Vlaanderen wil zich moderner voordoen, maar zoals ik al zei hebben wij een totaal andere invulling van wat modern is.

Wat mij stoort aan het Vlaamse discours - dat dus zeker niet het discours van het Vlaamse ABVV is - is dat men altijd spreekt over de splitsing van de sociale zekerheid vanuit de filosofie: 'wat we zelf doen, is goedkoper'. Misschien is dat vandaag waar, maar door de demografische evolutie kan dat morgen al helemaal anders zijn. Wallonië kent nu een economische dip, maar binnenkort kan Vlaanderen aan de beurt zijn. Ik wens het hen zeker niet toe, maar het kan wel. Laten we dus een brede visie behouden met aandacht voor de Europese en sociale dimensie. Onze belangen zijn dus wel degelijk gelijklopend, maar de politieke reflex is verschillend. Maar nogmaals, als de verdediging van de openbare diensten conservatief is, dan ben ik met veel plezier conservatief.”

Dat is precies wat men u verwijt.

J.-C. Vandermeeren: “Daarom denk ik dat de tegenstelling veeleer links/rechts is dan Waals/Vlaams. Het is zeker niet het Vlaamse ABVV dat de privatisering van de openbare diensten vraagt. Het enige grote verschil is dat de PS in Wallonië de dominante politieke stroming blijft wat ik zeker niet betreur. Als je de stemmen van Ecolo en de progressieve stroming binnen de Cdh (christendemocraten, cc) daarbij optelt, dan haalt links zelfs de meerderheid in Wallonië. In Vlaanderen is dat totaal anders. VLD, CD&V en het Vlaams Blok zijn geen linkse partijen. Links is in de minderheid ook al doet de SP.a het niet zo slecht. Het dominante rechtse discours verkondigt dat links niet modern is.”

Maar de maatschappij is toch veranderd. Grote industriële kernen verdwijnen en veel mensen nemen graag een interimjob of deeltijdse job aan omdat dat beter te combineren is met hun gezinsleven.

J.-C. Vandermeeren: “Daar geloof ik niet in. Ik wil geen slogans gebruiken, maar de echtgenoot van iemand die heel veel verdient, vindt het waarschijnlijk goed dat ze deeltijds kan werken. Als je het loon van een arbeider in een klein bedrijfje optelt bij het loon van een kassierster, dan zul je zien dat beiden wel verplicht zijn om voltijds te werken. Als we het daarentegen hebben over een man die 200.000 BF per maand verdient, dan kan de vrouw inderdaad beslissen om halftijds voor de kinderen te zorgen. De vrouw van mijn zoon die zelf kok is, werkt bij Carrefour. Zij werkt drie uur per dag van zes tot negen 's morgens. Zij zou zeker een voltijdse baan aannemen mocht ze die kans krijgen. Laten we dus eerst beginnen iedereen een voltijdse baan te bezorgen. Eens dat het geval is, kunnen we het over de vrijheden hebben. Ik heb er niets op tegen dat zowel mannen als vrouwen gebruik maken van tijdskrediet. Maar dat is iets waar je kan over beginnen nadenken als je een goed inkomen hebt. Een werkloze moet daar niet aan beginnen. De meerderheid van de mensen vraagt geen tijdskrediet, maar wel volwaardig en voltijds werk. Dat is de prioriteit. Weinig mensen kiezen voor een halftijdse job als ze daarmee de eindjes niet aan elkaar krijgen geknoopt. Voor ons zijn de gezinnen met anderhalf inkomen niet het model. Ons model is twee voltijdse inkomens per gezin. En vanaf dan is iedereen vrij om daarmee te doen wat ze willen.”

J. Lequeux: “Interimarbeid is een keuze voor sommigen, maar heel vaak ook niet. Voor jongeren is het verontrustend om zo te werken. Jongeren kunnen het ouderlijke huis niet verlaten omdat ze geen zekerheid hebben over hun toekomst. Het in stukjes hakken van het beschikbare werk om het zo te verdelen over zoveel mogelijk mensen zodat België beter scoort in de Europese statistieken, is voor ons geen goede oplossing. Die maatschappijkeuze ligt ons niet. Het is ook niet een 'Vlaamse' maatschappijkeuze, maar wel de keuze van bepaalde politieke partijen.”

J.-C. Vandermeeren: “De flexibiliteit moet blijkbaar ook altijd van één kant komen. Probeer maar eens een lening los te peuteren als halftijdse werknemer of interimarbeider. Je zal zien dat de banken veel minder flexibel zijn dan van een werknemer verwacht wordt. Voor iemand als Philippe Bodson is het ook makkelijk om flexibel te zijn. In zijn plaats zou ik ook heel flexibel willen zijn. Je leidt Glaverbel. Je krijgt een mooie afscheidspremie bij je overstap naar Tractebel. Je komt bij Lernhout en Hauspie om dan even later ook nog senator te worden.

Uw verhaal staat wel mijlenver af van het discours van de SP.a-excellenties Vande Lanotte en Vandenbroucke. Zij zeggen juist dat onze arbeidsmarkt te rigide is.

J.-C. Vandermeeren: Dat is inderdaad niet onze opvatting. Ik kan niet anders dan mij verzetten tegen zo'n discours. En als je de teksten van het ABVV bekijkt, dan zie je dat wij aan beide kanten van de taalgrens tegen een dergelijk discours zijn. Misschien dat dergelijk discours meer choqueert in Wallonië doordat de economische situatie er totaal anders is. Men zegt dan dat Volvo moeilijkheden heeft om mensen te vinden. Maar als TNT in Luik mensen aanwerft, zijn de wachtrijen werkwilligen lang. De toestand van de werkloosheid is dus wel degelijk anders. In bepaalde streken in West-Vlaanderen is er bijna geen werkloosheid. Vandebroucke choqueert mij soms als ik hem hoor zeggen dat sommige echtgenotes van dokters in het zwart enkele uren per dag gaan bijklussen omdat ze zo graag eens ontsnappen aan het gezinsleven. In Wallonië bestaat dat probleem niet en ik denk in Vlaanderen al evenmin.

Het verhaal van de frauderende werkloze is een rechts discours?

J.-C. Vandermeeren: Absoluut, de bekende verhalen over de vrouw van de notaris of de dokter die misbruik maken van de werkloosheidsuitkeringen. Let trouwens op dat het altijd over vrouwen gaat. En ondertussen ziet men niet de grote massa van werklozen die niet anders zouden willen dan voltijds te werken. Zelfs als de economie terug aantrekt, zal er nooit genoeg werk zijn voor al die werkwilligen. Wat zit men dan te praten over een verhoogde controle op werkwilligheid.

Ondertussen toont onderzoek aan dat zelfs in Vlaanderen sommige werkende mensen met moeite boven de armoedegrens blijven.

J.-C. Vandermeeren: “Het is precies op dat vlak dat wij het discours van Vandenbroucke niet aanvaarden. Zijn notie van de actieve welvaartstaat kan leiden tot Amerikaanse toestanden. Je kan officieel een toestand van volledige tewerkstelling hebben en toch met een pak mensen zitten die onder de armoedegrens tuimelen. Zo'n economische situatie interesseert ons niet. In debatten met werkgevers zeg ik vaak: als iedereen gratis werkt, zal de economie bloeien. Ik herhaal het: voor ons blijft een voltijdse job voor iedereen de norm. Dat is misschien sloganesk, maar het is wel waar we naar toe willen. Volgens de Europese normen kan je al van een job spreken vanaf twee uur per dag.”

U zegt dat u soms gechoqueerd bent door Vandenbroucke, maar de SP.a is ondertussen wel jullie 'politiek relais'.

J.-C. Vandermeeren: (aarzelend) “Het is ons politiek relais. Historisch gezien is dat zo. Het ABVV is een socialistisch vakbond en dus is het normaal dat we zoveel mogelijk met linkse politici proberen samen te werken. Ziet u in Vlaanderen iemand anders dan de SP.a? We zijn bereid met iedereen te praten die representatief is. Dat laatste is nodig omdat wij wel verplicht zijn om concreet te discussiëren binnen een systeem.”

Heeft een vakbond dan altijd een politiek relais nodig?

J.-C. Vandermeeren: “We kunnen moeilijk zonder. Je kan niet altijd 100 % tegen zijn. De vakbonden worden erkend als partner in België. We zijn zowel een onderhandelingsvakbond als een strijdvakbond. Maar voor alle duidelijkheid: een vakbond moet onafhankelijk zijn. Zeker in Wallonië is dat een sterke traditie. Als ik iemand van de PS ontmoet, zal ik duidelijk zeggen met welke punten ik niet akkoord ga. En soms zeggen ze ook: wees niet te kritisch want zo riskeren we stemmen te verliezen. Daar trek ik mij niets van. Het is onze taak om de vakbonden zo veel mogelijk naar links te duwen. Het programma van de PS ligt, meer nog dan dat van de SP.a dicht bij dat van ons. Georges Debunne zei ooit dat de socialistische partijen het schild van de arbeidersklasse moeten zijn en de vakbonden de lans. Toen de PS en Ecolo besloten samen te werken voor de verkiezingen van vorig jaar hebben wij dat toegejuicht. Wij hebben Di Rupo en Defeyt zelfs uitgenodigd om hun standpunten te komen uitleggen. Ik zie dat het Vlaamse ABVV alle democratische partijen uitnodigd. Wij schromen ons niet om te zeggen dat wij links zijn. Maar de aanwezigheid van de socialisten in de regering heeft ons nooit belet om actie te voeren als wij vonden dat de regering haar werk niet deed.”

Maar ondertussen stapelen de aanvaringen met de regering en meer bepaald met de SP.A-ministers en het FGTB zich sinds de start van Paars II wel op. Verwijt u uw Vlaamse collega's niet dat ze te lief zijn voor Vandebroucke en Vande Lanotte?

J.-C. Vandermeeren: “Ik kijk naar de standpunten van het ABVV in zijn geheel. En die standpunten zijn altijd kritisch geweest. Ik heb op een bepaald moment wel gezegd dat de nationale leiding wat meer rekening moest houden met de Waalse gevoeligheden. Ik steek niet weg dat dat een verwijt was aan het adres van Mia De Vits. Maar ook hier wil ik niet spreken over personen. Het staat iedereen vrij van mening te verschillen met mij. In een vakbond is er misschien 20 % die gematigd wil zijn, 40 % die zich in het centrum bevindt en nog eens 40 % voor wie het allemaal wat radicaler mag. Zoals ik al zei, moet er uit die tegenstellingen een compromis worden gevonden.”

Wat is dan die Waalse gevoeligheid?

J.-C. Vandermeeren: “Het feit dat wij ons in een andere socio-economische situatie bevinden. Het gaat dus om nuanceverschillen. Wij hebben ook een ander temperament en misschien zeggen wij de dingen soms wat directer en militanter. Ik herinner mij dat we ooit een betoging in Maastricht hebben georganiseerd samen met de Nederlandse vakbonden en dat ik geen Nederlandse betogers heb gezien. Er zijn dus culturele verschillen tussen de noordelijke en de zuidelijke landen, maar laten we het verschil maken tussen het essentiële en het bijkomstige.”

Hoe bepaalt u dan concreet uw standpunt bij het opstellen van die nationale persberichten? Voelt u op zo'n moment de hete adem van uw achterban in de nek? Komen zij naar u met hun ontevredenheid?

J.-C. Vandermeeren: (wikt woorden) “Een ontevredenheid... Mmmoui... Kijk, wat is het verschil? Het ABVV oefent druk uit. We overleggen met de regering. We proberen een aantal dingen in beweging te krijgen. Daarna staan we stil bij de resultaten van onze actie. En dan zitten we bij het eeuwige verhaal van het glas dat halfvol of halfleeg is. Aan Nederlandstalige kant heeft men de laatste tijd de neiging om het glas halfvol te zien en in Wallonië merken we dat het glas halfleeg is en zijn we ontevreden over het compromis. Dat was de situatie bij de evaluatie van de afgelopen grote dossiers zoals de werkgelegenheidsconferentie en de verscherpte controle op werklozen. Of neem de dienstenchèques: in Vlaanderen mochten die al een tijdje uitgereikt worden door interimkantoren. In Wallonië niet. Het Vlaamse ABVV wou dat die mogelijkheid werd ingetrokken. We hebben die strijd verloren waardoor die maatregel nu wordt opgelegd in Wallonië. Het is begrijpelijk dat de reactie daar dan ook het sterkst is. Hetzelfde gebeurde in het dossier van de controle op werklozen. De eerste geviseerde groepen zijn de 25.000 langdurige werklozen in Vlaanderen en hun 55.000 lotgenoten in Wallonië. Dus het is opnieuw normaal dat de reactie daar heviger is. Het is een mythe dat iedereen wel een vrouw van een notaris kent die werkloos is, maar dat iedereen wel iemand in zijn kennissenkring heeft die langdurig werkloos is wel de harde realiteit. Als je de Vlaamse kranten leest, zou je beginnen denken dat er in Wallonië meer werklozen zijn om de simpele reden dat Walen profiteurs zijn. Luiaards zijn er echter aan beide kanten van de taalgrens.”

Om nog eens terug te keren naar die discussie over modern. Moet een vakbond zich dan enkel bezig houden met mensen die een vaste job hebben?

J.-C. Vandermeeren: “Nee, absoluut niet. We hebben werklozencomités. Als we die comités bij elkaar roepen, komen er meer dan 50 mensen op af. Bij de gepensioneerden is dat ook zo. We zijn dus op al die terreinen actief. Zelfs op het vlak van de regularisering van de mensen zonder papieren waren wij zeer actief. Het publiek van werklozen is zeer moeilijk te mobiliseren en toch hebben we in elke regio comités.”

Mil Kooyman zei ons in een interview dat interregionaal werk meer moet zijn dan het verdedigen van de actieve en niet-actieve werknemers en dat er ook aandacht moet zijn voor milieu, jongeren, antiglobalisme,...

J.-C. Vandermeeren: (fijntjes) “Ik wil toch even benadrukken dat de werklozencomités nog niet in alle regio's van Vlaanderen doorgedrongen zijn. Wat de NGO's betreft hebben wij altijd openheid nagestreefd. Om dat contact beter te coördineren hebben we de Groep van Vijf opgericht met daarin het FGTB, CSC (Franstalige vleugel van het ACV, cc), Oxfam, CNCD (de Franstalige pendant van 11.11.11, cc) en Attac. We komen regelmatig samen om van gedacht te wisselen zonder daarom onze specificiteit in vraag te stellen. Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie hebben we in Luik samen met de NGO's betoogd terwijl dat in Gent toen nog niet mogelijk was. Dus samenwerken kan. Elk op zijn terrein wel te verstaan. Het is niet Attac die ons moet komen vertellen wat onze positie over de brugpensioenen moet zijn.”

Bedoelt u nu dat die bruggepensioneerden uw terrein zijn waar de NGO's moeten vanaf blijven?

J.-C. Vandermeeren: “In bedrijven is er nu een delegatie van ACV en ABVV. Ik vind niet dat daar in de toekomst ook een delegatie van het CNCD of Attac moet opduiken. Wij zijn de bevoorrechte partners in het sociaal overleg met de werkgevers en de overheid. Daar moeten de NGO's zich niet in mengen. Als het bijvoorbeeld over de GATS gaat, hebben we wel een gemeenschappelijk standpunt.”

De GATS gaat toch ook over strikt arbeidsgebonden thema's waar NGO's hun inbreng kunnen in hebben?

J.-C. Vandermeeren: “Er zijn thema's waarin de syndicale beweging voorop moet lopen. Dat was zo bij de GATS. Maar op dat terrein kunnen we wel perfect tot een gemeenschappelijk platform met de NGO's komen. Bij de betogingen tegen de oorlog in Irak was dat net omgekeerd.”

Zijn de vakbonden toch niet bang voor bewegingen die aan hun controle ontsnappen?

J.-C. Vandermeeren: “Nee, veel militanten van het ABVV zijn actief in Oxfam, Attac, ... Er zijn zelfs hele afdelingen lid van Attac. De relaties zijn goed. Ze verdedigen dezelfde dingen. Wat niet betekent dat ik altijd alles onderteken. Meningsverschillen zijn mogelijk. Bang zijn we niet, maar het klopt wel dat we graag het initiatief nemen. Als de spelregels maar vastliggen. En de beweging in Wallonië heeft wel door dat de vakbonden als een partner moeten worden beschouwd.”



Volgens een hardnekkig gerucht werkt het FGTB nog altijd met zegeltjes?

J.-C. Vandermeeren: (lacht) “Het Vlaamse ABVV heeft altijd al een andere ledenpolitiek gehad dan wij. Zij innen de bijdragen traditioneel bij de mensen thuis. Bij ons gebeurt dat op de werkvloer. De afgevaardigde in een bedrijf moet de bijdragen ophalen. Dat zorgt er voor dat de leden de kans hebben om hun delegee te wraken. Als ze niet content zijn over zijn werk betalen ze gewoon hun bijdrage niet of krijgen ze tenminste de kans om hun ongenoegen te uiten. In dat systeem werkten we vroeger met zegels. Wie betaalt, krijgt een zegeltje in zijn boekje geplakt. In Vlaanderen verloopt de inning veel centralistischer. Daar zijn het de interregionales die de bijdragen via domiciliëring innen. Wij willen daar ook naar toe evolueren. De zegels zijn al afgeschaft, maar we willen wel het directe contact tussen de delegee en zijn militanten blijven verzekeren. De omschakeling zal dus iets trager verlopen. Ik wil dat trouwens niet eens moderniseren noemen. Het is gewoon gebruik maken van de technologische vooruitgang.

J. Dequeux: “In Charleroi is er maar één centrale die nog zegels besteld heeft voor dit jaar. We zijn overgeschakeld naar vignetten die uit de computer komen gerold. Maar de leden houden niet van die vignetten. Ze willen vasthouden aan het ledenboekje. Daarin staan de statuten van het ABVV en worden een aantal fundamentele principes opgesomd. Met zo'n ledenboekje in de hand kunnen de leden zeggen dat ze fier zijn om lid te zijn van het ABVV. Die vignetten hebben niet diezelfde symbolische uitstraling.”

J.-C. Vandermeeren: “Aan die oude syndicale traditie van militantisme weigeren we te raken. Ik stel toch ook vast dat we nog altijd in staat zijn om mensen op straat te krijgen. Dat is geen toeval. De dag dat we hen met de post vanuit Brussel een briefje toesturen met de melding dat hun bijdrage van hun rekening is afgegaan en dat ze hun delegee nooit meer te zien krijgen, zal dat wellicht een stuk moeilijker verlopen. De delegee moet geen ambtenaar worden. Het feit dat het ABVV in Wallonië de grootste vakbond blijft, bewijst toch dat we niet slecht bezig zijn.”

Moeten we in al die kritiek op het Waalse syndicalisme ook geen anti-vakbondsreflex zien?

J.-C. Vandermeeren: “De vakbond blijft een belangrijke speler in België en heeft een macht die voortdurend in vraag wordt gesteld. De rechtse pers overdrijft soms ook de macht van de vakbonden. We zijn aanwezig in enkele instellingen en soms zijn de machtsverhoudingen zo dat we in staat zijn bepaalde zaken af te dwingen. Maar dat belet de politiek niet om beslissingen te nemen waarmee ze frontaal tegen onze kar rijden. Laten we dus bescheiden blijven.”

De vakbond is hier in België toch veel machtiger dan in de ons omringende landen?

J.-C. Vandermeeren: “Jammer genoeg is de syndicale beweging in veel landen enorm verzwakt. Wij proberen die macht te conserveren. Dat is niet makkelijk tegenover een overheid en een patronaat die de maatschappelijke tegenmacht graag verdelen. Dat is ook een reden waarom wij willen samenwerken met de NGO's om te vermijden dat de overheid op die verdeeldheid inspeelt.”

Hoe groot is het gevaar voor een splitsing? Als we de Antwerpse SP.a-er Robert Voorhamme, die in een vorig leven het Vlaamse ABVV leidde, mogen geloven staan we dichter dan ooit bij de officiële scheiding tussen het ABVV en het FGTB.

J.-C. Vandermeeren: “Het is een enorme gok. Ik kan niet voorspellen hoe de zaken zullen evolueren. Maar de communautaire spanningen zijn niet nieuw en zijn er zeker niet enkel met De Vits gekomen. In 1960 stapten André Renard en André Génot op uit het ABVV zodat het federale bestuur geen enkel Waal meer telde. Pas later is het evenwicht hersteld. De PSB is ook gesplitst hoewel Di Rupo en zijn Vlaamse tegenhanger nu opnieuw met elkaar samenwerken. Bij het ABVV bestaat de wil om een sterke federale structuur te behouden maar wel met de mogelijkheid voor de regio's om verschillende accenten te leggen. Iemand als Voorhamme pleit ook voor Vlaamse en Waalse collectieve arbeidsoveréénkomsten. Daar ben ik absoluut tegen en ik denk dat het hele ABVV mij daarin steunt. Het is dus meer het probleem van Voorhamme dan dat van mij of van het ABVV.”

U verwees daarnet even naar de unitaire socialistische partij die in de jaren '70 gesplitst is. Kan u verzekeren dat u hier binnen twee, drie jaar nog altijd op dezelfde verdieping zit als uw Vlaamse collega's?

J.-C. Vandermeeren: “Dan zal ik wellicht al op pensioen zijn (lacht). Maar het is wel degelijk de wil van iedereen binnen het ABVV om samen te blijven. Onder de voorwaarde dat het evenwicht bewaard blijft en dat rekening wordt gehouden met de gevoeligheden aan beide kanten. Dat sluit een zekere mate van autonomie niet uit. Over de grond van de zaak blijven we dan wellicht akkoord, maar de reacties kunnen wel verschillend zijn. Ik heb trouwens veel respect voor mijn Vlaamse collega's die moeten vechten tegen een politieke meerderheid die reikhalzend uitkijkt naar de splitsing van de sociale zekerheid staat en die wil 'moderniseren' in de slechte zin van het woord. Zij hebben het op dat vlak een stuk moeilijker dan wij.”

Hoe zit het met het machisme in de vakbond. Met uw machogedrag zou u de vrouwelijke voorzitster hebben weggejaagd, lazen we in een reactie van het ABVV-Antwerpen?

J. Dequeux: (resoluut) “Pas du tout. De syndicale beweging is traditioneel mannelijk. Dus is het een beetje logisch dat ook de structuren nog grotendeels mannelijk zijn. Maar persoonlijk heb ik nooit gezien dat vrouwen geremd worden in de organisatie. Er zijn interessante acties geweest om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen vanuit te basis te realiseren. Geteld naar leden is die gelijkheid er al. Als je de structuren bekijkt hebben we nog een lange weg af te leggen. Ik heb nooit dat beruchte machisme ondervonden, maar het klopt wel dat het voor een vrouw moeilijker is om op een bepaald niveau te geraken. Maar dat fenomeen zien we in de hele samenleving. Ik ben niet tevreden dat we nog niet aan die pariteit op alle niveaus zitten, maar steeds meer zien we toch vrouwen opduiken in afdelingen die niet typisch vrouwelijk zijn. Er is dus een positieve evolutie en ook Mia De Vits heeft daar een rol in gespeeld. Maar haar beslissing heeft zeker niets te maken met machisme. Hoe luidde dat bericht precies?”

Het vertrek van Mia De Vits is het gevolg van het brute macho machtsspel.”

J. Dequeux: “Als vrouw kan ik daar niet mee akkoord gaan. Mocht dat het geval geweest zijn, zouden de vrouwen van het ABVV als groep zeer scherp gereageerd hebben, mar wij hebben dat absoluut niet op die manier ervaren.”

Toen wij op de persconferentie na het vertrek van De Vits daar die vijf mannen van het ABVV zagen zitten, hebben we toch ook tegen elkaar gezegd dat we daar niet graag zouden tussen zitten.

J.-C. Vandermeeren: “Dat is overdreven. Het gaat ook niet over personen, maar over ideeën.”

J. Dequeux: “Mia De Vits heeft toch ook een zekere autoriteit. Ik denk niet dat velen haar durfden tegenspreken als ze echt op haar strepen stond.”

In de media deed men toch alsof er ook veel persoonlijke sentimenten meespeelden. Walter Pauli heeft het in De Morgen zelfs over persoonlijke rancune.

J.-C. Vandermeeren: “Ik werk al 20 jaar samen met Mia. En in die tijd hebben we vaak met elkaar in de clinch gelegen, maar dat heeft ons nooit belet om een synthese te maken van onze standpunten. Op persoonlijk vlak heb ik geen enkel probleem met Mia. Nogmaals: verwar een meningsverschil niet met een persoonlijk conflict. We hadden een verschillende visie over de toekomst van de vakbond. Dat is duidelijk. Maar ik was niet haar concurrent. Ik ben algemene secretaris van de Waalse intergewestelijke en ik heb nooit de ambitie gekoesterd om voorzitter te worden van het ABVV.”

J. Dequeux: “De reactie van het ABVV-Antwerpen heeft ook een macho ondertoon. Het is een typische mannenreactie om te zeggen dat een vrouw opstapt enkel en alleen omdat ze vrouw is.”



Er zijn ook geruchten dat er binnenkort nieuwe juridische acties komen tegen bepaalde Waalse afdelingen?

J.-C. Vandermeeren: “Daar weet ik niets van.”

Wel in ieder geval bent u nu gewaarschuwd.

J.-C. Vandermeeren: (lacht) “Dank u wel.

(terug ernstig) Kijk er zijn problemen geweest in Brussel, maar Brussel is Wallonië niet. Er is ook ooit een probleem in Antwerpen geweest. Dus het is ook geen typisch Franstalig probleem. Voorlopig zijn we bespaard gebleven van een grote affaire in Wallonië. Maar pas op, fraude kan je nooit uitsluiten.”

J. Dequeux: “Er wordt heel frequent gecontroleerd. Federaal is er ook een gans controlesysteem dat mogelijke gevallen van fraude moet opsporen.”

De geruchten zijn dus niet gebaseerd op feiten.

J.-C. Vandermeeren: “Helemaal niet. Vergeet ook niet dat het onderzoek naar de fraudezaak in de Brusselse afdeling nog altijd lopende is.”

Bent u verrast door de reacties na het vertrek van Mia De Vits. Plots werd u het gezicht van de Waalse oppositie binnen de vakbond.

J.-C. Vandermeeren: (glimlacht) “Dat is te veel eer. Ik ben de woordvoerder van het Waalse ABVV en ik spreek dus nooit in eigen naam. Ik vertolk zo goed en zo kwaad als dat kan de meningen van de Waalse afdeling. Journalisten herleiden een meningsverschil graag tot een persoonlijk conflict.”

Er wacht een sociaal onrustig najaar met een nieuw interprofessioneel akkoord, het vergrijzingsdebat,... Zal het ABVV er staan in september?

J.-C. Vandermeeren: “De opvolgingskwestie moet in juni geregeld zijn. De bal ligt nu in het kamp van het Vlaamse ABVV die een Vlaamse kandidaat moeten voorstellen die Mia De Vits moet vervangen in het federale bureau. We zullen er alles aan doen om klaar te zijn want er volgen in september ook nog heel moeilijke begrotingsonderhandelingen. De budgetaire situatie is heel slecht. Ik verwacht een ernstig tekort. Er wachten ons dus serieuze conflicten en dit keer niet intern maar extern met de werkgevers en de regering.”

Nog een laatste vraag. In uw bureau hangen een aantal kunstwerken waarop hanen staan afgebeeld. Bent u dan toch een beetje nationalistisch?

J.-C. Vandermeeren: “Ik denk dat Dehaene er veel meer heeft dan ik.”