arch/ive/ief (2000 - 2005)

Dita Sari weigert Reebok Human Rights Award +[ENG]
by goof Wednesday February 06, 2002 at 03:28 PM
govertcaluwaerts@hotmail.com

Dita Sari is hoofd van de 'National Front for Indonesian Workers Struggle'(FNPBI). Ze weigerde de Reebok Human rights Award en de daarbij horende 50.000 dollar omdat ze niet akkoord gaat met het beleid van Reebok in de Derde Wereldlanden. Reebok haalt miljoenen dollars per jaar binnen, terwijl Indonesische werknemers 1,50 dollar per dag verdienen.

Gevonden op Indymedia Australia:

Ze legt uit:
Ik heb goed nagedacht over deze award. Uiteindelijk besloten we om hem niet te aanvaarden. Langs de ene kant is het een soort erkenning voor al het harde en moeilijke werk dat we al jaren leveren. Langs de andere kant zijn we ons zeer bewust van de omstandigheden waarin de Reebokmensen in de Derde Wereldlanden, zoals Indonesië, Mexico, China, Thailand, Brazilië en Viëtnam, werken. Als vakbond zetten we veel druk om te bereiken wat elke werknemer verdient: hoger loon, betere werkomstandigheden en een betere toekomst voor hun kinderen.

De drijvende krachten achter globalisatie zijn de beweging en uitbereiding van kapitaal en technologie door multinationals. Globalisatie heeft, volgens sommigen, veel bijgedragen tot de creatie van een nieuwe wereld, met een globale welvaart en rechtvaardigheid voor allen.
Maar in de praktijk brengt globalisatie noch welvaart nog wereldvrede. Integendeel: in de realiteit heeft globalisatie de wereld verdeeld in twee kampen, die vijandig staan tegenover elkaar. Er zijn rijke schuldeisers en failliete schuldenaars, er zijn immens rijke landen en onderontwikkelde landen, immens rijke speculanten en arme slechtgevoede kinderen. Globalisatie zorgt niet voor een hoger loon en een beter leven voor de werknemers in de Derde Wereld, maar voor een groeiende kloof tussen rijk en arm. En dit gebeurt ook in Indonesië, bij de Indonesische werknemers van multinationale schoenenfabrikanten, waaronder Reebok.

In November van vorig jaar werd mij meegedeeld dat ik genomineerd was voor de jaarlijkse 'ReebokHuman Rights award'. Toen maakte Reebok de namen bekend van de genomineerden.

Ik heb goed nagedacht over deze award. Uiteindelijk besloten we om hem niet te aanvaarden. Langs de ene kant is het een soort erkenning voor al het harde en moeilijke werk dat we al jaren leveren. Langs de andere kant zijn we ons zeer bewust van de omstandigheden waarin de Reebokmensen in de Derde Wereldlanden, zoals Indonesië, Mexico, China, Thailand, Brazilië en Viëtnam, werken. Als vakbond zetten we veel druk om te bereiken wat elke werknemer verdient: hoger loon, betere werkomstandigheden en een betere toekomst voor hun kinderen.

In Indonesië zijn 5 Reebokfabrieken gevestigd. 80% van de werknemers zijn vrouwen. Alle bedrijven liggen onder 'subcontract', vaak door Zuid-Koreaanse bedrijven zoals Dung Yo en Tong Yang. Omdat de werknemers slechts 1,5 dollar per dag ontvangen, moeten ze leven in sloppenwijken, in arme en ,vooral voor kinderen, ongezonde omstandigheden. Tegelijkertijd verdient Reebok miljoenen dollars door de prestaties van haar onderbetaalde werknemers.
Het lage loon en de uitbuiting van de werknemers van Indonesië, Viëtnam en Mexico is de hoofdrede waarom we deze prijs weigeren. Sommige leden van onze vakbond werken in bedrijven die Reebokschoenen vervaardigen.
De beslissing die ik maakte is niet alleen gebaseerd op gegevens, rapporten, statistieken en veronderstellingen. In 1995 werd ik gearresteerd en gemarteld door de politie na het leiden van een staking van 5000 werknemers van Indyshoes Inti Industry. Ze vroegen een verhoging van hun loon ( ze kregen slechts 1 US dollar voor 8 uur weken) en werkonderbreking bij moederschap. Dit bedrijf werkte in West Java en vervaardigde schoenen van Adidas en Reebok. Ik zag met mijn eigen ogen hoe het bedrijf haar werknemers behandelde en de politie gebruikte om de stakers te onderdrukken.
We zijn er van overtuigd dat de prijs aanvaarden niet correct is. De manier waarop multinationals hun werknemers in de Derde Wereld behandelen is onaanvaardbaar. We hopen dat onze houding kan bijdragen tot het veranderen van de werkomstandigheden in de Reebok-producerende bedrijven.

Stuur een mail naar rhraward@reebok.com om te protesteren tegen hun handelswijze in de Derde Wereldlanden. En dat terwijl ze hun handen wassen door de toekenning van een jaarlijkse Reebok Human Rights Award.


Dita Shari refuses annual Reebok Human Rights Award

"I have taken this award into a very deep consideration. We finally decide not to accept this. On the one hand, this is a kind of recognition of the struggle and the hard work that we have done for years. But on the other hand, we are very conscious of the condition of the Reebok workers from the third world countries, such as in Indonesia, Mexico, China, Thailand, Brazil and Vietnam. As a trade union, we strongly put a lot of pressure to achieve what every worker deserves: higher wages, better working conditions and a brighter future for their children.

The driving forces of globalisation are the movement and expansion of capital and technology, through multinational companies. Globalisation, some people argue, has contributed a lot to the creation of a new world, with a global welfare and justice for all.

But in practice, globalisation is producing neither universal welfare nor global peace. On the contrary, in reality, globalisation has divided the world into two sides, which are antagonistic towards each other. There are wealthy creditors and bankrupt debtors, there are super rich countries and underdeveloped countries, super wealthy speculators and impoverished malnourished children. Globalisation intensifies, not a higher paid and a better life for workers in the third world, but the growing gap between the rich and the poor.

And this also happens in Indonesia, among Indonesian workers who work in multinational shoes companies, including Reebok.

In November last year, I was informed that I was selected as one of the awardees of the annual Reebok Human Rights Award program and ceremony. The Reebok Human Rights Foundation since then has officially announced the names of the awardees.

I have taken this award into a very deep consideration. We finally decide not to accept this. On the one hand, this is a kind of recognition of the struggle and the hard work that we have done for years. But on the other hand, we are very conscious of the condition of the Reebok workers from the third world countries, such as in Indonesia, Mexico, China, Thailand, Brazil and Vietnam. As a trade union, we strongly put a lot of pressure to achieve what every worker deserves: higher wages, better working conditions and a brighter future for their children.

In Indonesia, there are five Reebok companies. 80% of the workers are women. All companies are sub-contracted, often by the South Korean companies such as Dung Jo and Tong Yang. Since the workers can only get around $1.5 a day, they then have to live in a slum area, surrounded by poor and unhealthy conditions, especially for their children. At the same time, Reebok collected millions ofdollars of profit every year, directly contributed by these workers.

The low pay and exploitation of the workers of Indonesia, Mexico and Vietnam are the main reasonswhy we will not accept this award. Some of our members in the union work in companies producing Reebok shoes.

The decision I have made is not merely based on data, report, statistics or assumptions. In 1995, I was arrested and tortured by the police, after leading a strike of 5000 workers of Indoshoes Inti Industry. They demanded an increase of their wages (they were paid only US$1 for working 8 hours a day), and maternity leave as well. This company operated in West Java, and produced shoes of Reebok and Adidas. I have seen for my self how the company treat the workers, and used the police to repress the strikers.

We believe that accepting the award is not a proper or a right thing to do. This is part of the consequences of our work to help workers improve their life. We cannot tolerate the way multinational companies treat the workers of the third world countries. And we surely hope that our stand can make a contribution to help changing the labor condition in Reebok-produced companies."

Dita Sari is an organizer with the National Front for Workers Struggle in Jakarta, Indonesia.

Send Reebok a letter protesting their continued exploitation of sweatshop labor while whitewashing themselves with their annual human rights award: rhraward@reebok.com

Nobelprijs
by Stetz Wednesday February 06, 2002 at 08:03 PM
pjmf@hetnet.nl

Fantasties, een principieel standpunt en geen geslijm.Laat deze houding tot voorbeeld spreken aan het deftige comite wat de kandidaatstelling voor de Nobelprijzen regelt.
De grootste Warlords uit het Westen werden voorgedragen door een dubieus klubje rechtsnationalisten uit Zweden ,dacht ik.Nou , geef mij Dita maar.