arch/ive/ief (2000 - 2005)

MIVB, op het goede spoor?
by ben bellekens Monday, Feb. 21, 2005 at 4:42 PM
ben@bralvzw.be

In oktober 2004 lanceerde de Brusselse vervoersmaatschappij het MIVB 2020 document. Dit document behelst een brede denkoefening over de toekomst van het openbaar vervoer in Brussel ( lees enkel MIVB) tegen de horizon van het jaar 2020. Met dit documetn wil de MIVB het debat aanzwengelen. Uit politieke hoek beleef het echter oorverdovend stil. Het bondgenootschap Shadow Traffic ( waaronder Bral, IEB, NoMo, Cyclo,...) heeft dit omstandige document tegen het licht gehouden. In wat volgt lichten we enkele punten uit haar advies gericht aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering (BHR)

1. Het bestaande net verbeteren (infrastructuur, frequentie) en de huidige zwarte punten op het vlak van de « commerciële snelheid » oplossen, alvorens nieuwe ‘ambitieuze’ projecten uit te denken. Bv.: het traject van tram 52, 55 en 56 is een ware pain in the ass. Deze trams rijden zich dagelijks vast in de Gallaitstraat en/of de Alsembergsesteenweg wat zich laat gevoelen op de rest van het tramnetwerk. Het verbeteren van de vlotheid op deze en andere soorgelijke lijnen verdient elke prioriteit.

2. Bovengrondse alternatieven zijn verkieselijk. Ze benadrukken de aanwezigheid van het openbaar vervoer in de stad als een valabel vervoermiddel. Bovendien zijn ze veel goedkoper. We verdedigen de stelling dat openbaar ondergronds wegmoffelen ongebreidelde territoriumaanspraken van de auto in de hand werkt. Bv.: een Oost –westtramverbinding verdient applaus van alle banken. Het komt niet alleen tegemoet aan een bestaande mobiliteitsbehoefte, maar kan ook de drager zijn van een stadsproject dat een nieuw elan kan geven aan het Pentagon (autoluwe zone waardoor trams vrolijk waden)

3. Lichtere oplossing zijn verkieselijk boven zware infrastructuurwerken. Bv de prestaties van de trams op het Meiserplein hangt volledig af van het autoverkeer. In plaats van het tramtraject te ondertunnelen (37,5 milj euro) teneinde het probleem te ontwijken, kan het BHR het plein heraanleggen ten gunste van voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer (2,5 milj. Euro). Bovendien waardeert zulk project de openbare ruimte sterk op.

4. Het denkwerk over de toekomst van het openbaar vervoer is enkel gebeurd vanuit het perspectief van de MIVB. Ook de Lijn, de TEC en de NMBS zijn belangrijke spelers. In het document wordt de Europawijk als slecht bediende wijk naar voren geschoven, zonder de bestaande lijnen van de Lijn en de NMBS in ogenschouw te nemen. Het GEN –project houdt onder meer een betere bediening in van deze wijk dmv het Luxemburgstation. Extra metrolijnen ( budgettaire veelvraten) zijn dus uit den boze.

5. Comfort is een niet te onderschatten factor om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren. Daarom zijn we partizanen van brede passagiersruimtes met lage opstapdrempels ( plaats voor koetsen en fietsen), beveiligde fietsboxen ( langdurig stalling van fietsen) aan belangrijke knooppunten. Het ideetje om de verantwoordelijkheid over inplanting van schuilhuisjes ( NU bevoegdheid van de gemeente) over te hevelen naar de MIVB verdient aanbeveling. Zo kan een aantrekkelijk uitzicht de plaats van het openbaar vervoer in Brussel benadrukken, waar nu de willekeur van de gemeenten aan zet nu.

Voor een volledig gedetailleerd advies verwijzen we u naar onze webstek http://www.bralvzw.be.
Het MIVB 2020 documument is consulteerbaar op http://www.stib.irisnet.be/NL/13100N.htm