arch/ive/ief (2000 - 2005)

Discussie met Vera Dua over dienstencheques
by raf verbeke Friday, Mar. 26, 2004 at 9:11 AM
carineraf@pandora.be 0497/23.07.60.

Discussie met Vera Dua over dienstencheques. Commentaar altijd welkom. Vooral van de mensen van de witte woede, maar andere natuurlijk ook.

Beste Vera,

Bedankt voor uw antwoord op de brief in verband met de dienstencheques. Mijn engagement in deze zaak heeft niet rechtstreeks te maken met enige betrokkendheid met de kinderopvang of met de zorgsector, maar wel onrechtstreeks met het sociaal forum voor werk dat zich inzet voor alternatieven voor de tewerkstelling vanuit ondersteuning als andersglobalisten aan werknemers en vakbonders die opkomen voor hun rechten. Aanleiding was het brede zorgplatform dat zich tegen de invoering van de dienstencheques in de zorgsector heeft uitgesproken en dat wij mee ondersteund hebben.

Ik kan dus geen oordeel vellen zonder oordeel van betrokkenen uit de sector over de realisaties die uitgevoerd zijn noch over het breder sectoraal kader waarin deze maatregelen moeten bezien worden. Maar op het eerste zicht kan ik mij voorstellen dat die realisaties stappen vooruit zijn in de omvang en de kwaliteit van de kinderopvang. Een pluim voor al wie daaraan heeft meegewerkt !

Onze kritiek op de invoering van de dienstencheques vertrekt van een ander kader dan door U geschetst, met name het kader van de federale tewerkstellingsconferentie gevolgd door de Vlaamse ondernemingsconferentie. Op de federale tewerkstellingsconferentie is de vraag tot invoering van dienstencheques ruimschoots aan bod gekomen. De vakbonden en de sociale bewegingen in Wallonië zijn er in geslaagd hun politieke vrienden dermate onder druk te zetten dat de Waalse regering (waarin uw zusterpartij ECOLO vertegenwoordigd is) minstens de vrijheid heeft om geen overeenkomsten af te sluiten om te kunnen overgaan tot de invoering van dienstencheques via interimbureaus. De PS heeft hier zelfs een mini-crisis voor over gehad.

Het is de VLD en de SP.a die hierover een princiële doorbraak wilden in Vlaanderen om de federale prioriteiten te redden. Dat wil zeggen dat geld van de sociale zekerheid zou "geactiveerd" worden om mensen te laten werken aan 6 euro per uur. En dit terwijl er genoeg geld in het land is om in een sector als de zorg rechtstreeks zonder tussenkomst van interimbedrijven reguliere tewerkstelling te creerën. Ook daar heeft het sociaal forum voor werk zich verlaten op de fiscale voorstellen van de vakbonden en de ardersglobalisten, met name de vermogensbelasting waarvan de opbrengst volgens het wetsvoorstel Decroly waarvan wij vertrekken rechtstreeks zonder tussenpersonen en onder contrle van de betrokkenen zelf moeten geactiveerd worden om werk te cree^ren, te verdelen en te behouden.

Voor alle duidelijkheid: wie zouden wij zijn om elke nieuwe reguliere jobs die de Vlaamse regering creeert te gaan afbreken. Integendeel ! Hoe meer nieuwe jobs er bij komen die echte noden dekken hoe beter. Maar wij kunnen niet aanvaarden dat zelfs maar bij wijze van experiment minderwaardige jobs van de "actieve welvaarstaat" met ons sociaal zekerheidsgeld in handen komen van de netwerken van de interimkanotren. Natuurlijk is de zorgsector vandaag al privaat in de zin dat de zuilorganisaties ook private organisaties zijn en in de zin dat daar natuurlijk ook interims werken.

Maar dat is een bestaande toestand: de private organisaties zijn bedrijven die geen winstoogmerk hebben en de interims die er voor werken doen dat binnen het kader van een bestaand statuut dat onder controle staat van de syndicale organisties en betaald wordt door de de algemene middelen en gedeeltelijk door de sociale zekerheidsmiddelen. De invoering van de dienstencheques is van een andere orde: hier wordt 13 euro per uur uit de sociale zekerheidsmiddelen geïnvesteerd voor een prestatie die 6 euro oplevert voor de werknemer en waaraan de interimkantoren ook nog een frankse moeten vedienen op termijn. Wij hebben nooit gezegd dat het akkoord dat bereikt is binnen de regering en waarover in de Vlaamse Raad nog moet gestemd worden het toppunt is van "dé commercialisering van dé zorgsector". Wij hebben samen met de vakbodnen en het zorgplatform enkel gesteld dat de deur op een kiertje gezet wordt en zoals het in dat soort zaken altijd gaat: deuren terug dicht doen die zelfs maar met een kiertje open staan is heel moeilijk. Het neo-liberaal beleid maalt traag, maat recht op zijn doel af. Wat vandaag als een overwinning wordt beschouwd is morgen steunpunt voor verdere achteruitgang.

Wij weten ook de minister Bijtebier gevochten heeft tegen Landuyt en Somers. De bijkomende middelen voor de reguliere sector zijn een toegeving aan minister Bijttebier die haar positie binnen de regering heeft kunnen aansterken dank zij de stellingname en de kordate houding van de vakbonden en het zorgplatform. Maar het compromis is wat het is: het voorziet een kwalitatieve principiële achteruitgang rond de cheques in ruil voor een kwantiatieve vooruitgang inzake investeringen en organisatie van de kinderopvang.

Zoals gezegd kan ik de waarde van die vooruitgang niet inschatten en ik sluit niet uit dat dit voor de sector een belangrijke overwinning is. Maar U kent de politiek beter als ik. Voor wat hoort wat. En andersglobalisten en vakbonders vertrekken best niet van dit soort regeringscompromissen. De machtsverhoudingen binnen een regering hebben hun belang. Maar de toetsing van het beleid aan de fundamentele uitgangspunten van de maatschappelijke beweging is honderd maal nuttiger in de strijd voor "een andere wereld". En die toetsing valt negatief uit wat het punt betreft van de privatisering en de interimbureaus.

Hier kan ik alleen steunen op de stelling van het zorgplatform dat in theorie 3 miljoen mensen vertegenwoordigt en dat het compromis van de Vlaamse regering heeft verworpen. Het Sociaal Forum voor werk heeft vanuit de filosofie van het wetsvoorstel Decroly als principe dat wij de vakbonden in een bepaald dossier steunen met het doel het maatschappelijk debat over alternatieven voor werk op gang te brengen. Het is in die zin dat het forum werd uitgenodigd om als steunend getuige deel te nemen aan het gesprek op het kabinet van Minister Bijttebier over deze zaak.

Ik kan verder steunen op de discussie binnen het forum en binnen ATTAC over de werkgelegenheid en de strijd voor de globalisering van de sociale rechten. Op een interessante studiedag van ATTAC-België zijn de resultaten van de werkgelegenheidsconferentie negatief beoordeeld, meer in het bijzonder de systemen als dienstencheques die de "employability" van werklozen moeten verhogen in het kader van de Lissabon-richtlijnen van de EU. Wij zijn zeer ontgoocheld dat de Vlaamse regering in tegenstelling tot de Waalse zichzelf de neo-liberale agenda inzake opslorping van de werkloosheid laat opdringen en wij verwachten inderdaad van de beleidsverantwoordelijken verklaring en een trendbreuk.

Tenslotte kan ik bij dit oordeel steunen op de steeds maar toenemende kritiek die binnen de sociale organisaties en binnen de vakbonden in het bijzonder opstaan tegen de opdeling van het beleid in dit land. Het dossier dienstencheques is een goed voorbeeld hoe verdeeld beleid ook verdeeld verzet betekent en wij zullen niet nalaten onze franstalige broeders en zusters andersglobalisten op de hoogte te houden van de maatregelen die in Vlaanderen genomen worden om van hun resultaat te kunnen profiteren en de eenheid onder alle werknemers en burgers te herstellen in de geest van de andere wereld waar de andersglobalisten voor opkomen.

Wij zullen in die zin bij de stemming in de Vlaamse Raad en via de werking met onze campanjebus de nodige signalen geven.

Over de de partijstrategische eindevaluatie van het regeringscompromis kan ik enkel uit eigen naam spreken en niet uit naam van het Sociaal Forum voor Werk. Ik vind dat een linkse partij zich niet mag laten rollen in dit soort principiële dossiers en haar plaats moet innemen buiten de regering. De realisaties binnen de regering onder het Belgisch politiek regime van vandaag zijn gewoonlijk realisaties die andere democratische partijen even goed en soms zelfs beter kunnen voorleggen. Terwijl het een hemel van verschil uitmaakt voor een vakbond indien zij in haar strijd al dan niet kan rekenen op een konsekwente linkse partij. Ik heb gemerkt dat vele leden van GROEN! en de SP.a ook deze mening toegedaan zijn.

Dit antwoord stuur ik door naar de medewerkers van het Sociaal Forum voor WERK en naar andere progressieve netwerken. Ik hoop dat hierover een debat op gang kan komen. Ik hoop ook dat U zich tijdens de komende kiescampanje mee laat leiden door dit debat en niet in het euvel vervalt van Uw voorganger die de politieke problemen van AGALEV toeschreef aan het feit dat hij te veel heeft gekeken naar de mails van de wakkere burgers die opkomen voor een andere wereld dan naar de kiezer. De kiezer is vandaag op drift omdat hij/zij geen partijen meer vind die breukpunten maken in de huidige reeel bestaande kapitalistische wereld. "Eigen partijstrategie eerst" komt maar al te zeer in de plaats van samen op tekomen voor een tegenmacht vanuit het volk tegenover de gevestigde machten. Niet te verwonderen dat het "eigen volk eerst" dan in de hoofden van de mensen een kreet van verzet wordt. Het dienstenchequedossier is m.i. en spijtig genoeg een goed voorbeeld van dit gegeven

Altijd bereid tot verdere discussie,

tekent, Raf Verbeke
0497/23.07.60.
carineraf@pandora.be
----- Original Message -----
From: Vera Dua
To: Raf
Sent: Thursday, March 25, 2004 5:30 PM
Subject: RE: DIENSTENCHEQUES


Beste Raf,





Betreft: ontwerp van decreet dienstencheques in de kinderopvang – uw mail van 2 maart ’04







Kinderopvang is in het regeerakkoord van ’99 expliciet als doelstelling opgenomen. Er zou een totaal beleidsplan kinderopvang worden ontwikkeld met het oog op een kwantitatieve uitbreiding van het aantal plaatsen, een kwalitatief versterken van het aanbod, het verbeteren van de leefbaarheid van de voorzieningen, het diversifiëren van het aanbod, en ook zouden er specifieke maatregelen komen voor kansengroepen. Op deze verschillende assen is de voorbije 4 jaar een gericht beleid gevoerd. Het is belangrijk om dit kort aan te geven omdat ook de beslissing m.b.t. de dienstencheques in die bredere aanpak een plaats heeft.



Kwantitatief is het reguliere aanbod sterk uitgebreid. Het aantal plaatsen in initiatieven voor buitenschoolse opvang groeide van 13.000 tot ruim 20.000! In de gewone dagopvang kenden we een stijging van tussen de 10 en de 15%. Ook in het recente regeringsakkoord zijn middelen voor de reguliere opvangsector vrijgemaakt. 4 mio euro zal op korte termijn leiden tot bijkomende plaatsen in erkende crèches en initiatieven voor buitenschoolse opvang. Op het vlak van de kwaliteit zijn ondermeer zelfevaluatie-instrumenten ontwikkeld. Er zijn ook voor het eerst brandveiligheidsnormen voor de gesubsidieerde voorzieningen. Het Vlaams Intersectoraal Akkoord, ondermeer met zijn loonharmonisering, en het specifieke statuut dat sociale zekerheidsrechten geeft aan onthaalouders die werken via een dienst, zijn illustraties van een verbetering van de leefbaarheid van de opvangvoorzieningen. Wat de kansengroepen betreft is het ouderbijdragesysteem in de gesubsidieerde opvangsector zo aangepast dat de opvang voor wie minder verdient goedkoper wordt. Tot slot is er werk gemaakt van de diversificatie van het aanbod. Zo is er geëxperimenteerd met 2 opvanggezinnen die samenwerken en is er ruimte gemaakt voor het kopen of inhuren van plaatsen door bedrijven in de reguliere voorzieningen. Dit laatste houdt dus niet in dat er bedrijfscrèches zijn opgestart, maar dat bedrijven een partnerschap aangaan met wie kinderopvang als kerncompetentie heeft.



De invoering van dienstencheques kadert in het verder variabel maken van het opvangaanbod, doordat met de dienstencheques de vraagsturing een plaats krijgt binnen het Vlaamse kinderopvanglandschap. Opvang wordt nu ook mogelijk bij de mensen thuis. Het is uiteraard belangrijk dat dit niet ondoordacht en kwalitatief onderbouwd gebeurt. Vandaar ook dat op ons aandringen een tweeledige aanpak in het decreet is ingeschreven. Enerzijds zijn er de erkende crèches en initiatieven voor buitenschoolse opvang die in het systeem kunnen stappen, anderzijds is er ruimte voor andere ondernemingen die, in een experimenteel kader een starterkenning van 2 jaar kunnen krijgen voor 1 provincie en/of grootstedelijk gebied. Na 2 jaar worden niet alleen de individuele ondernemingen geëvalueerd, ook over het globale impact van het initiëren van dienstencheques zal de regering en rapport voorleggen aan het parlement dat, daarop inspelend, het voorliggende decreet desgevallend kan wijzigen.



Het instellen van een experiment hebben we ook bepleit omdat het - zoals aangegeven - zeer belangrijk de gevolgen op het totale opvanggebeuren van het introduceren van de dienstencheques in de kinderopvang van nabij op te volgen, zowel budgettair, kwalitatief als organisatorisch. Kwalitatief is er alvast de zekerheid een apart hoofdstuk is ingeschreven dat een hanteerbaar kwaliteitskader voor deze vorm van opvang vastlegt.



Dat in deze context gemakkelijk over de commercialisering van de kinderopvang wordt gesproken, is een beetje verwonderlijk. Het is immers zo dat in Vlaanderen sinds eind de jaren ’80 heel wat particuliere opvanggezinnen en particuliere opvanginstellingen actief zijn. Deze voorzieningen zijn even zelfstandig als een bakker of een kruidenier. Het is dus niet zo dat met het toelaten van bepaalde ondernemingen in het systeem van de dienstencheques, de deur wordt opengezet voor dé commercialisering van dé opvangsector. Wat de bestaande particuliere voorzieningen betreft is het zo dat wij de voorbije 4 jaar een aantal inspanningen hebben gedaan om deze op kwalitatief vlak te versterken. Er is een vergoeding ingesteld die particuliere voorzieningen beloont wanneer ze hun kwaliteit verbeteren.



Besluitend geef ik dan ook aan dat, wat ons betreft, de introductie van de dienstencheques in het kader van het totale beleid kinderopvang een zeer beperkte en genuanceerde plaats heeft. Daarbij is wel ruimte gemaakt voor een experiment, maar staat de deur zeker niet open voor de grote commercialisering van de kinderopvangsector.



Hierbij maak ik u ook de tekst over van het decreet zoals dat door de regering op 5 maart is goedgekeurd. Deze tekst gaat nu naar het parlement voor verdere bespreking.



Met vriendelijke groeten,





Vera Dua










Ontwerp van decreet houdende de toekenning van dienstencheques voor kinderopvang






DE VLAAMSE REGERING,









Op voorstel van de minister vice-president van de Vlaamse regering,

Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme en de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,



Na beraadslaging,





BESLUIT :







De minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme en de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen zijn er mee belast in naam van de Vlaamse regering, het ontwerp van decreet in te dienen, waarvan de tekst volgt:







HOOFDSTUK I - INLEIDENDE BEPALINGEN





Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.



Art. 2. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :



1° de wet : de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van de buurtdiensten en –banen;



2° dienstencheque : het betaalmiddel zoals bedoeld in artikel 3;



3° uitgiftebedrijf : bedrijf dat de dienstencheques uitgeeft;



4° gebruikers : natuurlijke personen die gebruik kunnen maken van de dienstencheque voor kinderopvang;



5° onderneming : a) een door Kind en Gezin erkend(e) crèche of initiatief voor buitenschoolse opvang; b) een rechtspersoon wiens activiteit of doel geheel of gedeeltelijk bestaat uit het instaan voor kinderopvang;



6° Kind en Gezin: de instelling van openbaar nut opgericht door het decreet van 29 mei 1984 houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin.







HOOFDSTUK II – PRINCIPE EN TOEPASSINGSGEBIED





Art. 3. Binnen de perken van het begrotingskrediet wordt een stelsel van dienstencheques ingesteld met het oog op de uitbreiding van het aanbod van kinderopvang, met name in de woning van de gebruiker(s), en de toekenning van een tegemoetkoming aan gezinnen in de kosten voor die kinderopvang.



Art. 4. § 1. De dienstencheques worden uitgegeven door het hiertoe aangewezen uitgiftebedrijf.



§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de procedure voor de aanwijzing van het uitgiftebedrijf.



Art. 5. § 1. De gebruiker overhandigt per gepresteerd arbeidsuur een dienstencheque aan een erkende onderneming.



§ 2. De Vlaamse regering financiert, in naam en voor rekening van de gebruiker, als tegemoetkoming aan het uitgiftebedrijf een aanvullend bedrag per gepresteerd uur op grond van het aantal van de door dit bedrijf gevalideerde dienstencheques.



§ 3. Het uitgiftebedrijf stort de waarde van de dienstencheque en van het aanvullend bedrag door aan de erkende onderneming.



Art. 6. De Vlaamse regering treedt van rechtswege in de plaats van de gebruiker ten belope van het aan het uitgiftebedrijf gestorte bedrag.



Art. 7. De Vlaamse regering bepaalt :



1° de vorm van de dienstencheque;



2° de nominale waarde van de cheque en het aanvullend bedrag die kunnen variëren in functie van de gebruiker, alsmede de nadere voorwaarden en de nadere regels voor de stortingen zoals bedoeld in artikel 5.







HOOFDSTUK III – ERKENNING ONDERNEMING





Art. 8. §1. De kinderopvang kan enkel worden uitgevoerd door ondernemingen die daartoe erkend zijn door Kind en Gezin.



§2. Een erkenning door Kind en Gezin is slechts mogelijk als de onderneming aan de volgende minimale erkenningsvoorwaarden voldoet:



1° de onderneming gaat na en bevestigt dat de woning van de gebruiker(s) voldoende veilig en hygiënisch is in functie van de beoogde kinderopvang;



2° de onderneming ziet erop toe dat één werknemer nooit meer dan 5 kinderen tegelijk opvangt;



3° de onderneming maakt schriftelijke afspraken met de gebruiker, en dat minstens over:

a) het aantal kinderen dat wordt opgevangen;

b) de identiteit van de kinderen die worden opgevangen;

c) de opvangmomenten en de opvangduur;

d) de bereikbaarheid van de gebruiker;

e) een regeling in geval van ziekte van een of meer kinderen;

f) de huishoudelijke taken die de werknemer desgevallend uitvoert.



4° de onderneming maakt schriftelijke afspraken met de werknemer, en dat minstens over:

a) de omgang met de kinderen die worden opgevangen;

b) de omgang met de gebruiker;

c) desgevallend de samenwerking met derden;

d) desgevallend de huishoudelijke taken die hij opneemt.



5° de onderneming beschikt over een attest van goed zedelijk gedrag , op naam van de werknemer die in de opvang voorziet.



6° de onderneming beschikt over een bewijs van verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor de werknemer en over een rechtsbijstandsverzekering.



7° de onderneming staat in voor de selectie van de werknemer op basis van een functiebeschrijving en voorziet in vorming en bijscholing van de werknemer.



§3. De Vlaamse regering kan m.b.t. in §2 vastgelegde voorwaarden nadere regels bepalen.



§ 4. De Vlaamse regering bepaalt de procedure van de erkenning, evenals de schorsing en intrekking ervan.





HOOFDSTUK IV – VOORWAARDEN





Art. 9. § 1. Voor de uitvoering van de kinderopvang dient de overeenkomstig artikel 8 erkende onderneming een niet-werkende werkzoekende in dienst te nemen.



De Vlaamse regering bepaalt wat onder niet-werkende werkzoekende wordt verstaan alsook de nadere voorwaarden waaraan deze werkzoekende dient te voldoen.



§ 2. De in §1 bedoelde werkzoekende moet voorafgaand aan zijn indienstneming een opleiding kinderopvang hebben gevolgd die erkend is door Kind en Gezin.



§ 3. De in §1 bedoelde werkzoekende moet tewerkgesteld worden overeenkomstig de bepalingen vervat in Hoofdstuk II, Afdeling 2 van de wet.



De Vlaamse regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan de tewerkstelling dient te voldoen.



§4. De overeenkomstig artikel 8 erkende onderneming maakt voorafgaand een verklaring op eer over aan de Vlaamse minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid waarin ze bevestigt een niet-werkende werkzoekende in dienst te nemen. De Vlaamse minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid valideert deze verklaring.



De erkenning kan worden ingetrokken indien de onderneming de bepalingen in §§1 t.e.m. 3 niet naleeft.







HOOFDSTUK V – PROCEDURE





Art. 10. De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten en voorwaarden van de verwerving en het gebruik van de dienstencheque.





HOOFDSTUK VI – TOEZICHT





Art. 11. §1 De Vlaamse regering wijst de ambtenaren aan belast met de controle van de naleving van de bepalingen van dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten.



§2 De administratie Werkgelegenheid van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap is belast met het toezicht op de in artikel 9 vermelde voorwaarden en brengt jaarlijks verslag uit aan de Vlaamse regering in verband met de tewerkstellingseffecten verbonden aan de dienstencheques.



HOOFDSTUK VII – EXPERIMENT







Art. 12. §1. De ondernemingen voorzien in art. 2, 5°, b kunnen bij wijze van experiment en geografisch beperkt tot één provincie en één grootstedelijk gebied een voorlopige erkenning krijgen van twee jaar en dit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III. Na een evaluatie kunnen ze in aanmerking komen voor een definitieve erkenning.



§2. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels m.b.t. de uitvoering van het in §1 geformuleerde experiment.



§3. Na verloop van de in §1 vastgestelde periode van twee jaar legt de Vlaamse regering m.b.t. het experiment een evaluatierapport voor aan het parlement.





HOOFDSTUK VIII - SLOTBEPALINGEN




Art. 13. De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop het decreet in werking treedt.









Brussel, 5 maart 2003





De minister-president van de Vlaamse regering,













Bart SOMERS





De minister vice-president van de Vlaamse regering

Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme













Renaat LANDUYT









De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen











Adelheid BYTTEBIER





-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Raf [mailto:carineraf@pandora.be]
Verzonden: dinsdag 2 maart 2004 12:22
Aan: Vera Dua
CC: Uilekot
Onderwerp: DIENSTENCHEQUES


AAN HET PARTIJBESTUUR VAN GROEN!:

Als vakbonder en andersglobalist kan ik mij enkel aansluiten bij dit standpunt van Filip De Bodt

Raf Verbeke
Spitaalpoortstraat 84
9000 Gent
0497/23.07.60.
carineraf@pandora.be

Beste,


Ik hoor dat deze week binnen de Vlaamse regering het doek valt over de dienstenchecques. Ik hoop dat GROEN! rond deze kwestie het been zo stijf houdt als het maar kan zijn. Aanvaard asjeblief geen enkel tussenscenario of landingsmogelijkheid in dit geval en trek desnoods de nodige konsekwenties.



Een paar korte argumenten daarrond:



- Vakbonden en mensen uit der sector eisen dat Groen achter hen staat.

- Er is al genoeg geland en toegegeven in verschillende dossiers

- Voor gemeentebesturen die nog een beetje aan sociale politiek doen is dat een doodsteek: de dienstenchecques komen goedkoper uit dan de eigen dienstverlening, zeker voor diegenen die een dienstverlening toepassen naar gelang het inkomen. Zowel kinderopvang als poetsdienst vb. zijn bij ons inkomens gerelateerd, dit onder druk van LEEF! Nu komt dit systeem onder druk te staan omdat nota bene interimbureau’s ons op de markt dreigen te beconcurreren, dit gesponsord door de Vlaamse overheid. Dat is de druk waar wij in staan. De Vlaamse overheid breekt dus sociale politiek af die op plaatselijk vlak onder progressieve druk opgebouwd wordt.



Is dat niet voldoende om even zéér dwars te gaan liggen en terug het respect van het linker deel van de basis te winnen. Ik vind in elk geval van wel.



Filip De Bodt

Gemeenteraadslid LEEF! Herzele







vzw 't Uilekot

Groenlaan 39

9550 Herzele

053/626436

uilekot@skynet.be

http://users.skynet.be/uilekot

001-0597918-86











vzw 't Uilekot

Groenlaan 39

9550 Herzele

053/626436

uilekot@skynet.be

http://users.skynet.be/uilekot

001-0597918-86