arch/ive/ief (2000 - 2005)

Oog in oog met de dreiging van een coup in Venezuela
by el Militante en el Topo Obrero Tuesday December 02, 2003 at 02:33 PM
info@vonk.org

De rechtse oppositie tegen de Venezolaanse president Hugo Chavez moest eind november genoeg handtekeningen binnenleveren voor een referendum over het afzetten van de president. Hiermee willen ze de Bolivariaanse revolutie ondermijnen en de weg vrijmaken voor een nieuwe staatsgreep. Vonk publiceert een gezamenlijke verklaring die op 18 november werd uitgebracht door onze Venezolaanse zusterorganisatie El Militante en El Topo Obrero.

De voorbije dagen zagen we een toename van het nieuws over de mogelijkheid van een nieuwe coup, georganiseerd door de contrarevolutionaire krachten met de ‘firmazo’ als rechtvaardiging (De campagne van de oppositie om handtekeningen in te zamelen om een herroepingreferendum tegen Chavez te forceren, dat eind november plaatsvindt).

Parlementsleden van de ‘Beweging voor de Vijfde Republiek’ presenteerden banden die CIA-agenten tonen die mogelijke sabotageacties plannen. Daarnaast zijn er tapes van telefoongesprekken tussen maffiose syndicalisten en de organisatoren van de coup, Cova en Ortega, waarin ze een dictatuur eisen voor het land, en andere videobanden die de leiders van de oppositie tonen terwijl ze een mogelijke nieuwe staatsgreep plannen. In Maracay en andere gebieden werden ook wapenopslagplaatsen ontdekt.

Het politiek offensief van het imperialisme, met de dreigende verklaringen van Colin Powell, en de laster tegen het Venezolaanse proces door welbekende imperialistische agenten, lijken te bevestigen dat de contrarevolutionaire krachten voorbereidingen treffen, zowel nationaal als internationaal, om een reeks nieuwe aanvallen uit te voeren tegen de Bolivariaanse revolutie.

Vroeg of laat zullen ze de revolutie proberen te vernietigen. We moeten mobiliseren omdat de zogenaamde ‘firmazo’ van 28 november de gelegenheid kan zijn die ze gebruiken voor een nieuwe poging tot staatsgreep. De ‘firmazo’ was voor de oppositie eigenlijk van in het begin enkel een excuus om hun sociale basis, namelijk de middenklasse, trachten te behouden door hen te mobiliseren rond leugens en bedrog over de revolutie. Zoals Cova en Ortega al zeggen, wil de oppositie een militaire dictatuur opleggen.

Ze weten dat ze zouden verliezen indien er een referendum zou komen. Het is echter mogelijk dat ze zelfs niet genoeg handtekeningen verzamelen om een referendum te veroorzaken. Ze zijn niet bereid te aanvaarden dat zij de minderheid vormen. Dit zou hen kunnen aanzetten, hoewel ze nu zwakker staan dan bij vorige gelegenheden, een nieuw offensief te organiseren om uit de impasse te geraken waar ze zich momenteel in bevinden. De fascisten van Bloque Democrático (een alliantie van rechtse partijen en organisaties tegen de revolutie, n.v.d.r.) hebben reeds opgeroepen om de straat op te gaan ongeacht of ze de nodige handtekeningen verzamelen. Indien ze er niet in slagen de nodige handtekeningen in te zamelen, zullen ze er zelf verzinnen. Als de regering dan weigert om een referendum bijeen te roepen, zullen ze dit aanklagen als een schending van hun democratische rechten en zullen ze een aanval lanceren.

Indien ze de handtekeningen wel verzamelen – hoogst onwaarschijnlijk – dan zullen ze de onmiddellijke terugroeping van Chavez afkondigen, waarbij ze de legale procedures negeren die opgelegd werden door de grondwet en het Nationaal Electoraal Comité.

Het feit dat deze plannen blootgelegd zijn in combinatie met de huidige zwakte van de oppositie dwingt hen misschien om hun plannen uit te stellen maar we moeten in elk geval voorbereid zijn. Het succes of falen van een contrarevolutionaire poging hangt niet alleen af van de krachtsverhoudingen maar ook van het al dan niet op een georganiseerde manier voorbereid zijn van onze sterkere krachten zodat we elke mogelijke contrarevolutionaire poging overbodig kunnen maken.

Vóór de staatsgreep van Pinochet in Chili lag de krachtsverhouding in de samenleving in het voordeel van de volksbeweging. Net het buitensporige zelfvertrouwen en het foute vertrouwen van de leiding in het ‘democratische’ karakter van het leger, maakten het mogelijk dat de beweging verrast werd. De putschisten konden het merendeel van de revolutionaire voorhoede uitmoorden en er uiteindelijk in slagen de staatsgreep door te voeren.

Het feit dat we sterk zijn, betekent dat als we organiseren en mobiliseren, we de revolutie naar een volgend stadium kunnen brengen. We moeten druk zetten op de regering om de revolutie te versterken. Maar dit betekent niet dat de reactie, precies om te ontsnappen aan deze voor hen ongunstige krachtsverhouding, geen strategie van sabotage en aanvallen zal uittesten tezamen met bewegingen binnen een sectie van het leger die zich momenteel stilhoudt, zodat ze het revolutionaire proces ten val kunnen brengen.

Voor een massaal antwoord van het hele volk: bijeenkomsten en volkscomités ter verdediging van de revolutie

De poging tot staatsgreep en de samenzweringen zijn één zijde van de medaille en slechts een deel van de contrarevolutionaire strategie. Ze gaan samen met een volgehouden tactiek van economische sabotage. Het imperialisme en de plaatselijke kapitalisten verklaarden lang geleden de oorlog aan dit revolutionair proces en ze vallen ons elke dag aan met de economische sabotage, de sluiting van bedrijven, de afdanking van arbeiders en het hamsteren en verbergen van marktproducten. Ze proberen de massa te demoraliseren en hun vertrouwen te ondergraven, om zo de weg vrij te maken voor een machtsgreep door een militaire coup.

Het antwoord zowel op de dagelijkse oorlog van het kapitaal tegen de bevolking in de vorm van sabotage en economische crisis, als het antwoord op de poging tot staatsgreep vermomd als de inzameling van handtekeningen, mag zich niet beperken tot een openlijke veroordeling en de voortzetting van het beleid dat tot zover gevoerd werd. Wij, als revolutionaire marxisten die sterk toegewijd zijn aan het Venezolaanse revolutionaire proces, denken dat de contrarevolutionaire plannen van de oppositieleiders het best kunnen worden tegengegaan door ons voor te bereiden om hen te verslaan en door mobilisatie, door op de straten en naar de buurten te gaan en nogmaals te tonen wie de sterkste is.

We kunnen het ons niet permitteren om verrast te worden zoals op 11 april of in december. Toen was het de massale mobilisatie van de hele bevolking die hen verslagen heeft. Indien de Venezolaanse bevolking – met de steun en solidariteit van de arbeiders en boeren in geheel Latijns-Amerika en over de hele wereld – zich nu meteen begint te organiseren, dan kan het deze plannen dwarsbomen, en zal het de sociale basis van de reactie nog meer verzwakken en het hen moeilijker maken om in hun reactionaire plannen te slagen.

Samen met het technische en militaire aspect – noodplannen enzovoort (die duidelijk hoogst noodzakelijk zijn) – zou er een economisch plan moeten bestaan om de sabotage tegen te gaan en om de voornaamste sociale problemen hierboven vermeld op te lossen. Er zou ook een actieplan opgezet moeten worden dat de permanente mobilisatie van de revolutionaire bevolking garandeert tijdens de dagen van de ‘firmazo’ en wanneer het nodig is om in de straten steun aan het revolutionaire proces te betonen. Als de oppositie niet terugkrabbelt wanneer ze met zo’n beweging geconfronteerd wordt en wanneer ze haar plannen probeert te implementeren, dan zullen wij hen verslaan.

Daarom stellen we voor aan de regering, aan de leiders van de partijen die dit proces momenteel leiden, aan de leiding van de UNT (de nieuwe linkse vakbondsfederatie, n.v.d.r.) en aan alle revolutionaire organisaties van het volk in het algemeen, om het debat te openen over een economisch, politiek en militair noodplan om elk contrarevolutionair offensief zo goed mogelijk tegen te kunnen gaan. Ons voorstel voor dat debat is dat het noodplan de volgende punten moet bevatten:

1) De permanente mobilisatie van het volk en in het bijzonder de arbeidersklasse tegen de staatsgreep. Om dit te doen, is het essentieel dat er massameetings bijeengeroepen worden in alle buurten, fabrieken en steden, dat de organisaties en collectieven (Bolivariaanse kringen, buurtcomités, militante vakbonden, coöperatieven, partijen en groepen die het proces steunen enz.) zich aansluiten bij deze massameetings om de situatie de bediscussiëren en om de strijd één te maken. Elke groep en elke inwoner moet het recht hebben om al hun ideeën naar voren te brengen en deze zouden bediscussieerd moeten worden.

2) Deze bijeenkomsten zouden comités ter verdediging van de revolutie moeten verkiezen, die de noodplannen op zich nemen in nauw contact met de revolutionaire elementen van het leger en met de regering. Deze comités zouden moeten bestaan uit verkozen afgevaardigden, die herroepbaar zijn op elke bijeenkomst en georganiseerd zijn op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau.

3) Een van de eerste taken van de comités is om, samen met de regering, bijeenkomsten te organiseren om ervoor te zorgen dat de revolutionaire krachten steeds aanwezig zijn op straat om zo uiteindelijk samen een grote nationale mars te organiseren ter verdediging van het revolutionaire proces, tegen de plannen van de oppositie en tegen de bemoeienis van de imperialisten in de interne zaken van het land (Weg met [de VS ambassadeur] Shapiro, Weg met de CIA). Als de oppositie een poging tot staatsgreep zou doen, dan zouden deze comités en bijeenkomsten de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de veiligheid van de buurten, door de zelfverdediging te organiseren, door de distributie van basisgoederen en de organisatie van het sociale leven over te nemen.

4) Deze mars moet volgens ons vóór 28 november plaatsvinden om de sterkte van het volk te tonen, om de weifelende gedeeltes van de middenklasse, die bij vorige gelegenheden door de reactie gemobiliseerd werden, te ontmoedigen, zodat de fascisten geïsoleerd geraken. Er zouden ook reservisten getraind moeten worden in de buurten en de fabrieken. Ook de ontwapening van fascistische bendes of misdadigers die door de reactie betaald worden om revolutionairen aan te vallen, zou georganiseerd moeten zijn. In die zin roepen we op tot deelname aan de mars die op 26 november georganiseerd wordt en tot de omvorming ervan in een grote mars ter ondersteuning van het revolutionaire proces en tegen een mogelijke staatsgreep.

5) Tegelijkertijd moeten er massabijeenkomsten georganiseerd worden om de situatie te bediscussiëren. Deze bijeenkomsten zouden comités ter verdediging van de revolutie moeten opbouwen in het leger, met verkozen vertegenwoordigers die permanent afzetbaar zijn, met als taak om over het revolutionaire proces te waken en een volgende poging tot staatsgreep te vermijden. In april zagen we delen van het leger die door de regering vertrouwd werden, zoals Vasquez Velasco of Rosendo, van kamp verwisselen op beslissende momenten. Ondanks het feit dat er werkelijk patriottische en revolutionaire delen bestaan binnen de bureaucratie, zelfs aan de top van het leger, en ondanks dat heel wat contrarevolutionairen ontmaskerd werden, zijn zowel het leger als de politie door de kapitalisten gecreëerde machines en hebben ze decennialang zorgvuldige banden gesmeed met hen. Er zullen op het volgende cruciale moment ongetwijfeld nieuwe ‘verraders’ opdagen. We kunnen enkel vertrouwen op onze eigen krachten, de arbeiders en de gewone soldaten, die in laatste instantie arbeiders in uniform zijn.

6) We moeten straffeloosheid beëindigen. Diegene die betrokken waren bij de staatsgrepen in april en december, die een bloedbad veroorzaakten onder onze landgenoten en die de politie opdroegen om op de bevolking te schieten, zijn dezelfde mensen als diegenen die nu een nieuwe staatsgreep voorbereiden met het excuus dat ze Chavez willen herroepen. Zij zijn het ook die geprobeerd hebben om het land economisch te verstikken met een lock-out door de bazen, waarvan we de prijs vandaag nog steeds betalen. Neen tegen straffeloosheid! Er kan geen herroepingproces plaatsvinden zolang deze moordenaars vrij zijn, niet opdraaien voor hun misdaden en vrolijk de oppositie leiden. Straffen voor alle verantwoordelijken, alsook voor alle moordenaars van boerenactivisten en de auteurs van de misdaden en de repressie tijdens de Vierde Republiek. Het zijn vaak dezelfde mensen en zij moeten boeten voor hun misdaden.

7) De regering moet voor eens en voor altijd beslissend optreden tegen economische sabotage. Ten eerste moeten we de controle garanderen door de bevolking en de arbeiders over de voornaamste economische activiteit van het land, met name de olieproductie in PDVSA. Zo zullen de organisatoren van de staatsgreep deze niet meer kunnen gebruiken voor hun eigen doelstellingen en zo zal ze als oplossing gebruikt worden voor de enorme sociale en economische problemen, waar het land onder lijdt ten gevolge van de crisis van het kapitalistische systeem en de sabotage door de bazen.

8) Het is nodig om alle bedrijven die reeds onder arbeiderscontrole staan, maar ook de bedrijven die met sluiting bedreigd worden of in crisis zijn, onder de controle van arbeiders te nationaliseren, zodat er zekerheid is over de veiligheid van jobs en productie. De nationale raad zou zo snel mogelijk een onteigeningswet moeten uitvaardigen, die het mogelijk maakt om een bedrijf te nationaliseren indien een baas de productie probeert te stoppen als steun aan een staatsgreep, de fabriek te sluiten en arbeiders af te danken of wanneer hij hen via chantage hun rechten en lonen probeert te ontnemen.

9) Het is ook essentieel om de banken onder controle van arbeiders en bevolking te nationaliseren, opdat de door onze arbeid geproduceerde rijkdommen, inclusief de rijkdommen van de staat, niet in handen komen van diegenen die de staatsgreep steunen en banden hebben met internationaal financieel kapitaal. Zo kunnen we kapitaalvlucht uit het land, bedoeld om de nationale economie te ondermijnen, voorkomen.

10) Een andere maatregel is de weigering om de buitenlandse schuld te betalen, zodat deze middelen in de nationale industrie en landbouw geïnvesteerd kunnen worden. De schuld is een product van de corrupte leiders van de Vierde Republiek en is ook al afbetaald door de aflossing van rente die het land reeds betaald heeft, om niet te spreken van al het geld dat de multinationals uit het land hebben weggenomen. We moeten een einde maken aan de autonomie van de Centrale Bank alsook de rijkdom ervan onder controle van de hele bevolking plaatsen. Het is onaanvaardbaar dat de president van een democratisch land moet bedelen bij de voorzitter van de Centrale Bank om enkele miljarden dollars uit handen te geven om de landbouw te doen heropleven en dat we dan moeten afwachten om te zien wat de voorzitter van de Centrale Bank beslist.

11) Indien de regering, als de uitdrukking van de wil van het volk, geen vergaderingen bijeenroept om de mobilisatie van het volk te organiseren en indien ze geen maatregelen neemt, dan moeten de revolutionaire groepen ze eisen. En waar mogelijk moeten ze het initiatief nemen om deze bijeenkomsten samen te roepen om over de situatie te debatteren en moeten ze de verdediging en versterking van de revolutie beginnen organiseren. Vooral de leiders van de UNT hebben hierin een sleutelrol. Op het congres van deze nieuwe vakbondsfederatie was men het erover eens om een permanente mobilisatie uit te roepen tegen de staatsgreep en om de arbeidersstrijd te ondersteunen ter versterking van de revolutie. De vakbonden die aangesloten zijn bij de UNT moeten in alle fabrieken vergaderingen bijeenroepen om een actieplan op te stellen, de oprichting van een comité ter verdediging van de revolutie voor te stellen en om van de regering te eisen dat zij deze dringende maatregelen implementeert zodat het revolutionaire proces versterkt en verdedigd wordt. De linkervleugel van de UNT moet dit voorstel lanceren.

Als je akkoord gaat met deze ideeën, sluit je dan bij ons aan om ze te verdedigen en om ervoor te vechten!


--------------------------------------------------------------------------------

Dit is een gezamenlijke verklaring van onze Venezolaanse zusterorganisatie El Militante (http://venezuela.elmilitante.org/) en El Topo Obrero. Ze werd oorspronkelijk in het Spaans geschreven en gepubliceerd op 18 november 2003.